Hof van beroep Brussel - 2014/QR/12 - 29-01-2015

Samenvatting

Verzoekster heeft nooit ontkend haar zoon geslagen te hebben met een elektriciteitskabel nadat hij zich slecht gedragen had op school. Zij heeft echter steeds ontkend hem regelmatig te hebben geslagen en de oorzaak te zijn van het hematoom rond zijn linkeroog. Zij verklaart dat dit hematoom het resultaat is van een slag van een klasgenoot van haar zoon.
 
Ter terechtzitting verklaart verzoekster dat zij diep geraakt werd door de beschuldiging van misbruik en de tijdelijke plaatsing van haar drie kinderen. Ze geeft ook toe zich door deze opstandige gevoelens soms verbaal ongepast te hebben uitgelaten ten aanzien van bepaalde individuen, in het bijzonder in de school waar haar kinderen op dat moment naartoe gingen.
Verzoekster heeft deelgenomen aan het educatieve programma dat georganiseerd werd door de afdeling bijzondere jeugdzorg en heeft een korte therapie gevolgd, hetgeen zij met stukken attesteert. De dienst bijzondere jeugdzorg besloot op 1 februari 2011 tevens het programma af te sluiten omdat de gezinssituatie genormaliseerd was. Verzoekster legt ook tal van documenten neer waaruit een goede relatie blijkt met de school waar haar kinderen les volgen sinds september 2012. Zo benadrukt de directrice van de school dat verzoekster een zorgzame en liefdevolle moeder is, die de opvoeding en scholing van haar kinderen van nabij volgt. Sinds januari 2014 heeft verzoekster een vast job.
 
Op basis van de door verzoekster neergelegde documenten, blijkt dat er niet langer sprake is van gewichtige feiten eigen aan de persoon die de verkrijging van de Belgische nationaliteit verhinderen.