Buitenlands vonnis dat twee vaderlijke afstammingsbanden vastlegt bij draagmoederschap is niet strijdig met Belgische internationale openbare orde. Er is ook geen sprake van wetsontduiking.
Ouderlijk gezag is declaratief bij laattijdige vaststelling vaderschap - voorwaarden van artikel 12 Wetboek Belgische Nationaliteit zijn vervuld en kind kan Belg worden.
Volgens RvV op 17-6-2025 over gezinshereniging met erkende vluchteling, bewijst het CGVS attest de identiteit, én mag DVZ een DNA-test niet weigeren omdat er geen uittreksel van strafregister is.
Een Ghanese geboorteakte levert in een concreet dossier onvoldoende bewijs van afstammingsband waardoor ze geen basis is voor gezinshereniging. RvV vond de beslissing van DVZ voldoende gemotiveerd.
Hof van Cassatie verduidelijkt op 4-10-2024 dat bij de beoordeling van het frauduleus karakter van een erkenning het belang van het kind de eerste overweging moet zijn.
Toepassing van artikel 19 WIPR op afstammingsband ten opzichte van Belgische vader. Resulteert in toepassing van Ghanees recht omwille van veel nauwere banden.
Hof van Justitie arrest nr. C-490/20 van 14-12-2021 verplicht Bulgarije om een identiteitskaart of paspoort af te leveren voor een kind geboren uit twee moeders
Hof van Beroep Brussel 10-08-2018 oordeelt over draagmoederschap dat het hoger belang van het kind altijd primeert, ook bij strijdigheid met de Belgische OO.
De Grote Kamer van het EHRM oordeelt op 24-01-2017 dat de Italiaanse autoriteiten kunnen weigeren om de gevolgen van een buitenlandse draagmoederschapsovereenko
Volgens de familierechtbank van Brussel op 31-10-2016 is een overeenkomst van draagmoederschap op zich niet noodzakelijk strijdig is met de openbare orde, maar
Gemeenten vragen vaak een bewijs van ongehuwde staat voor de erkenning van een kind door de biologische vader. Dat is echter niet altijd juridisch correct.
Sinds 1 januari 2015 moeten meemoeders niet langer een adoptieprocedure doorlopen om de tweede juridische ouder te worden van het kind waarvan hun partner is be
De FOD Justitie publiceerde op 20 november 2014 een omzendbrief om de draagwijdte van artikel 316bis, 2° van het Burgerlijk Wetboek te verduidelijken. De FOD Justitie gaat daarmee in op een aanbeveling van de Federale Ombudsman.