Rechtbank van eerste aanleg Brussel - 09/1902/B - 31-03-2011

Samenvatting

De verzoeker deed een nationaliteitsverklaring op basis van artikel 12bis WBN voor de ambtenaar van de ambassade van België in Abidjan. De Procureur des Konings gaf een negatief advies. De rechtbank nodigde hem uit om persoonlijk te verschijnen ter zitting om de aanvraag nauwkeurig te kunnen onderzoeken. De verzoeker heeft talrijke stappen gezet om een visum aan te vragen dat hem zou toestaan op de zitting aanwezig te zijn. Ondanks een schorsing door de RvV van een weigering van visum heeft de DVZ opnieuw de afgifte van een visum geweigerd. De verzoeker heeft daarop de Belgische Staat gedagvaard in kort geding. De rechtbank verwierp de aanvraag omdat deze geen voorlopig karakter had. Er is geen Belgische ambassade in Ghana en de verzoeker moet zijn visumaanvragen indienen op de ambassade van Ivoorkust (Abidjan). Dit brengt veel kosten met zich mee. Gezien de specifieke omstandigheden van dit geval en de bijzondere moeilijkheden om een visum te krijgen, krijgt zijn advocaat de toestemming om hem ter zitting te vertegenwoordigen. De verzoeker legt een volumineus dossier dat aantoont dat hij werkelijke banden met zijn vader, die Belg is, onderhouden heeft (geldtransferts, correspondentie, attesten, reisbewijzen van de vader, …)