Rechtspraak

(J.B. t. Griekenland) Geen schending artikel 13 EVRM (+ artikel 3 EVRM)
Uitzetting
Daadwerkelijk rechtsmiddel
Verdragsconform onderzoek van het asielverzoek van een Syrische onderdaan in de context van zijn mogelijke terugkeer van Griekenland naar Turkije op grond van de EU-Turkije-verklaring van 18 maart 2016
Schrapping van de rol van de materiële klacht onder artikel 3 wegens de toekenning van de vluchtelingenstatus in Frankrijk ontnam verzoeker niet zijn hoedanigheid van slachtoffer onder artikel 13
Wanneer de terugkeer van asielzoekers wordt beheerst door een gestructureerd kader van samenwerking tussen twee verdragsstaten (in plaats van door ad hoc diplomatieke toezeggingen) met duidelijke en objectief verifieerbare voorwaarden, moet bij de risicobeoordeling rekening worden gehouden met die bredere context
Het beginsel dat diplomatieke garanties specifiek moeten zijn, mag niet mechanisch worden toegepast wanneer de ontvangende Staat deelneemt aan een gevestigd, onderling overeengekomen mechanisme voor de behandeling van teruggekeerde personen
Algemene garanties die in een dergelijke overeenkomst zijn opgenomen en door middel van voortdurende institutionele samenwerking worden uitgevoerd, kunnen volstaan om een reëel risico op een met artikel 3 strijdige behandeling weg te nemen, mits zij een voldoende betrouwbare waarborg van bescherming bieden
De garanties in de onderhavige zaak, beoordeeld binnen het bredere kader van de EU-Turkije-verklaring en in samenhang met objectief materiaal, vormen een samenhangend en elkaar wederzijds versterkend geheel van waarborgen waarop de nationale autoriteiten zich konden baseren
Grondig, gelaagd onderzoek van asielverzoek
Geïndividualiseerde beoordeling
Verzoeker kreeg de gelegenheid het vermoeden te weerleggen dat Turkije voor hem een veilig derde land was
Doeltreffende waarborgen die verzoeker in staat stelden zijn vrees voor een met artikel 3 strijdige behandeling naar voren te brengen en die hem konden beschermen tegen willekeurige terugzending naar Turkije en, via ketenrefoulement, naar zijn land van herkomst
Schending artikel 3 (materieel)
Vernederende behandeling
Detentie van verzoeker gedurende één maand en negentien dagen in een politiebureau zonder de voorzieningen die voor langdurige detentie vereist zijn
(D.M. t. Zweden) Artikel 3 EVRM (verbod op onmenselijke en vernederende behandeling)
uitzetting van een Afghaanse onderdaan van Hazara-afkomst naar Afghanistan zou een schending van artikel 3 EVRM inhouden
Ernstige algemene veiligheids- en mensenrechtensituatie in Afghanistan na de machtsovername door de Taliban in 2021 onvoldoende om te concluderen dat elke uitzetting daarheen noodzakelijkerwijs artikel 3 EVRM zou schenden
Situatie van Hazara's, hoewel nijpend, niet zodanig dat zij kunnen worden beschouwd als een groep die systematisch wordt blootgesteld aan mishandeling die het niveau van artikel 3 EVRM bereikt
Aanwezigheid van individuele risicoverhogende factoren, waaronder de etniciteit van de verzoeker, het herkomstgebied waarnaar hij zou worden teruggestuurd, zijn langdurig verblijf in Zweden, "verwestering", en gedrag dat wordt gezien als een overtreding van religieuze en morele normen in Afghanistan
Ontbreken van een cumulatieve risicobeoordeling in de relevante nationale beslissingen
Reëel risico op mishandeling op basis van het cumulatieve effect van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, in het licht van de algemene mensenrechtensituatie en die van Hazara's in Afghanistan
Art. 9ter Vw.
KB tot uitzetting
onwettig verblijf
strafbaar op basis van art. 75 Vw.
banbreuk
schorsende werking beroep
HvJ 18 december 2014, nr. C-562/13, ‘Abdida’
HvJ 30 september 2020, nr. C-233/19
HvJ 5 mei 2021, nr. C-641/20
beroep tegen terugkeerbesluit
ernstig risico op verslechtering gezondheidstoestand
geen onwettig verblijf indien argumenten niet kennelijk ongegrond
niet nagegaan
gegrond
cassatie
(B.F. t. Griekenland) Schending artikel 3 EVRM (inhoudelijk)
Onmenselijke en vernederende behandeling
Detentie van de verzoeker, in afwachting van uitzetting, gedurende twee maanden en achttien dagen in een Grieks politiebureau zonder de voorzieningen die vereist zijn voor langdurige detentie
Schending artikel 13 (+ art. 3) EVRM
Geen inhoudelijke rechterlijke toetsing van de klachten van de verzoeker over de detentieomstandigheden, gezondheid en toereikendheid van medische zorg
Ontbreken van een effectief rechtsmiddel
Geen schending artikel 5 § 1 EVRM
Vrijheidsbeneming
Detentie van de verzoeker in afwachting van uitzetting overeenkomstig de nationale wetgeving
Goede trouw
Geen bewijs van gebrek aan zorgvuldigheid
Tekortkomingen in de detentieomstandigheden ondermijnden niet het verband tussen de wettelijke grondslag en de uitvoering ervan, zodat deze willekeurig zou worden
Duur van de detentie niet buitensporig
(Coulibaly t. België) Geen schending artikel 5§4 EVRM (recht op een effectief rechtsmiddel bij detentie)
Beroep van de verzoeker tegen een beslissing tot inbewaringstelling, “zonder voorwerp” vanwege het nemen van een nieuwe detentiebeslissing
Beslissing tot opnieuw opsluiten, zelfstandige detentietitel, naar aanleiding van de weigering van de verzoeker om te worden gerepatrieerd en gebaseerd op een andere grond dan de beslissing tot inbewaringstelling
Beroep door het Hof van Cassatie “zonder voorwerp” verklaard vanwege zijn repatriëring
(A.R.E. t. Griekenland) Art 3 EVRM
Uitwijzing
Terugkeer van verzoekster naar haar land van herkomst, Turkije, zonder onderzoek naar risico op mishandeling en behandeling verzoek om internationale bescherming
Art. 13 (+ Art 3)
Ontbreken van een doeltreffende beroep
Art 5, lid 1
Rechtmatige arrestatie of detentie -Informele detentie van verzoekster, voorafgaand aan haar refoulement, zonder enige rechtsgrondslag
Artikel 5, lid 2
Ontbreken van informatie over de redenen voor de aanhouding
Artikel 5, lid 4
Ontbreken van een rechtsmiddel om de rechtmatigheid van de aanhouding te toetsen
Art 3 (materieel)
Onmenselijke of vernederende behandeling
Art 2 (materieel)
Leven
Feitelijke beschuldigingen van verzoeker tijdens uitzetting via de rivier Evros komen in grote lijnen overeen met de modus operandi beschreven in de relevante nationale en internationale
rapporten
Schendingen aangevoerd die niet onomstotelijk konden worden vastgesteld bij gebreke van nauwkeurige en overeenstemmende bewijzen
Artikel 13 (+ artikelen 2 en 3)
Ontbreken van een doeltreffend beroep
(M.I. t. Zwitserland) Art. 3 EVRM
Uitwijzing
Ontoereikende beoordeling door nationale rechter van gevaar voor slechte behandeling van verzoeker als homoseksuele man in Iran en van beschikbaarheid van staatsbescherming tegen dergelijke behandeling door niet-overheidsactoren
Verwijdering naar Iran zonder nieuwe beoordeling van deze aspecten zou schending inhouden
(W.A. e.a. tegen Italië) Geen schending artikel 3 EVRM (procedureel)
Uitzetting
Beweerde verwijdering van vijf Soedanese staatsburgers als onderdeel van een groep van veertig migranten die naar het land van herkomst werden uitgezet
Beoordeling door EHRM of verzoekers deel uitmaakten van de verwijderde groep op basis van een expertiserapport voor gezichtsvergelijking door de Belgische politie
Voldoende elementen om te concluderen dat alleen de eerste verzoeker onder de verwijderde personen viel (ontvankelijk), maar niet de overige verzoekers (duidelijk ongegrond)
Effectieve waarborgen voor bescherming van de eerste verzoeker tegen willekeurige refoulement naar Soedan
(Kogan en andere t. Rusland) Schending artikel 8 (Privé- en gezinsleven)
Ongerechtvaardigde intrekking van verblijfsvergunning van mensenrechtenadvocaat om niet bekendgemaakte redenen van nationale veiligheid
Zuiver formele toetsing van intrekkingsbesluit door nationale rechterlijke instanties
Intrekkingsprocedure aangetast door ernstige procedurele gebreken
Schending artikel 18 (+ artikel 8)
Beperking voor ongeoorloofde doeleinden
Intrekking van de verblijfsvergunning van verzoekster, hoofdzakelijk bedoeld om de mensenrechtengerelateerde activiteiten van haar en haar echtgenoot te bestraffen en de voortzetting ervan te verhinderen
Algemene context van toename van strenge beperkingen voor NGO's, mensenrechtenverdedigers en andere actoren van het maatschappelijk middenveld in Rusland, met als gevolg een "chilling effect" op hun activiteiten
Schending artikel 38
Niet-nakoming van de verplichting van de staat om alle nodige faciliteiten te verstrekken
(Otite t. Verenigd Koninkrijk) Artikel 8 EVRM (privé- en gezinsleven)
Uitzettingsbevel tegen migrant na strafrechtelijke veroordeling wegens ernstige fraude
Afweging uitsluitend gemaakt binnen kader van immigratieregels en niet onder verwijzing naar rechtspraak van het EHRM
Gevolgen voor gezinsleven van verzoeker wegen niet op tegen openbaar belang bij uitzetting
(Akkad t. Turkije) Schending artikel 3 EVRM (verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling)
verwijdering naar Syrië zonder onderzoek van het risico op slechte behandeling
begunstigde van bescherming in Turkije
geen formele verwijderingsbeslissing
ondertekening verklaring van “vrijwillige” terugkeer zonder voldoende garanties
terugkeer niet vrijwillig
positieve procedurele verplichtingen
Schending artikel 5 EVRM (recht op vrijheid en veiligheid) §1, 2, 4 (rechtsmiddel) en § 5 (geen mogelijkheid op vergoeding)
willekeurige de facto detentie
Tweede schending artikel 3 EVRM
handboeien in een bus transfer gedurende 20 uur –vernederende behandeling
(Khasanov en Rakhmanov t. Rusland) Artikel 3 EVRM
Uitlevering
Geen reëel individueel risico van mishandeling in geval van uitlevering van etnische Oezbeken aan Kirgizië
Risicobeoordeling ex nunc op drie niveaus van situatie in land van bestemming, in het algemeen en met betrekking tot de betrokken groep
Ex nunc-beginsel vormt waarborg wanneer aanzienlijke tijd is verstreken tussen de nationale beslissingen en het onderzoek door het EHRM van een klacht ex artikel 3
Risicobeoordeling vatbaar voor herziening door het EHRM in het licht van veranderende omstandigheden
Individuele omstandigheden van verzoekers naar behoren onderzocht door nationale rechterlijke instanties
(Shahzad tegen Hongarije) Art 3
Uitzetting
Herhaaldelijke weigering van toegang tot de asielprocedure aan de Pools-Wit-Russische grens, waardoor asielzoekers worden blootgesteld aan het risico van kettinguitzetting naar Syrië en onmenselijke en vernederende behandeling en foltering Art 4 P4
Collectieve uitzetting van vreemdelingen door een ruimer beleid van weigering van inreis, ongeacht de intentie van de verzoeker om internationale bescherming aan te vragen bescherming aan te vragen
Art 13 (+ art. 3 en art. 4 P4)
Ontbreken van een daadwerkelijk rechtsmiddel voor het indienen van klachten bij de binnenlandse autoriteiten
Art 34
Belemmering van de uitoefening van het recht om een verzoek in te dienen
Niet-inachtneming van voorlopige maatregel krachtens artikel 39
Art. 4 P4
Verbod van collectieve verwijdering van vreemdelingen
Terugdringen van migrant op smalle strook van grondgebied van staat aan buitenzijde van grensversperring staat gelijk met verwijdering
Collectief karakter van verwijdering van verzoeker, na onregelmatige maar niet-verstorende binnenkomst, zonder individuele beslissing, ondanks beperkte toegang tot middelen van legale binnenkomst zonder formele procedure en waarborgen
Ontbreken van individuele verwijderingsbeslissing niet het gevolg van verzoekers eigen gedrag
Art 13 (+ Art 4 P4)
Ontbreken van een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen uitzetting
(D.A en andere tegen Polen) Art 3
Uitzetting
Herhaaldelijke weigering van toegang tot de asielprocedure aan de Pools-Wit-Russische grens, waardoor asielzoekers worden blootgesteld aan het risico van kettinguitzetting naar Syrië en onmenselijke en vernederende behandeling en foltering Art 4 P4
Collectieve uitzetting van vreemdelingen door een ruimer beleid van weigering van inreis, ongeacht de intentie van de verzoeker om internationale bescherming aan te vragen bescherming aan te vragen
Art 13 (+ art. 3 en art. 4 P4)
Ontbreken van een daadwerkelijk rechtsmiddel voor het indienen van klachten bij de binnenlandse autoriteiten
Art 34
Belemmering van de uitoefening van het recht om een verzoek in te dienen
Niet-inachtneming van voorlopige maatregel krachtens artikel 39
Art. 4 P4
Verbod van collectieve verwijdering van vreemdelingen
Terugdringen van migrant op smalle strook van grondgebied van staat aan buitenzijde van grensversperring staat gelijk met verwijdering
Collectief karakter van verwijdering van verzoeker, na onregelmatige maar niet-verstorende binnenkomst, zonder individuele beslissing, ondanks beperkte toegang tot middelen van legale binnenkomst zonder formele procedure en waarborgen
Ontbreken van individuele verwijderingsbeslissing niet het gevolg van verzoekers eigen gedrag
Art 13 (+ Art 4 P4)
Ontbreken van een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen uitzetting
(S.A. t. Nederland) Geen schending artikel 3 EVRM bij uitwijzing naar Soedan
geen schending artikel 13 EVRM
Soedan
geloofwaardigheid
Algemene situatie die op zich geen risico van mishandeling in strijd met het Verdrag inhoudt
Niet-Arabische etnische afkomst: op zich geen risico van vervolging of ernstige schade in Khartoem
Geen betrokkenheid bij verzet tegen het huidige regime of andere individuele factoren of aanwijzingen voor een negatief belang van de autoriteiten
(Bilalova e.a. tegen Polen) Artikel 5, lid 1, onder f)
Uitzetting
Onregelmatige verlenging van de detentie van kinderen na afwijzing van de vluchtelingenstatus
Plaatsing in een gevangenisachtige structuur
alternatieve maatregelen niet overwogen
Gebrek aan zorgvuldigheidseisen van autoriteiten om de duur van de detentie van de kinderen tot het strikte minimum te beperken
Geen schending artikel 3 EVRM
(Asady en anderen t. Slovakije) Geen schending artikel 4, Protocol nr. 4 EVRM (4 rechters tegen 3)
verbod op collectieve uitzetting– Verwijdering van Afghanen naar Oekraïne
geen asielaanvraag in Slovakije
geen individueel onderzoek
geen aanwijzing van risico behandeling die het EVRM zou schenden
(N.D. en N.T. t. Spanje) Artikel 1 EVRM
pushback operatie van Melilla (Spanje) naar Marokko
Effectieve controle door de Spaanse rechtsmacht
artikel 4, Protocol nr. 4 EVRM
verbod op collectieve uitzetting– in principe toepasselijk op pushbacks
uitzondering bij schuldig gedrag van betrokkenen
geen schending
artikel 13 EVRM
recht op daadwerkelijk rechtsmiddel
geen schending
(D. en anderen t. Roemenië) Geen schending art. 2 (recht op leven) en art. 3 EVRM (verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling)
uitwijzing van Soenniet naar Irak na veroordeling gerelateerd aan terrorisme
onvoldoende individueel risico
schending art. 13 EVRM (daadwerkelijk rechtsmiddel)
Beroep niet van rechtswege schorsend
geen schending artikel 8 EVRM (recht op gezins- en privéleven)