Rechtspraak

Art. 8
Positieve verplichtingen
Gezinsleven
Afwijzing van het verzoek van verzoeker om gezinshereniging met vijf van zijn minderjarige kinderen, geboren uit polygame huwelijken met zijn tweede en derde echtgenote, gesloten in Jemen
Het bestaan van een gezinsleven tussen verzoeker en zijn vijf kinderen, ondanks het feit dat polygame huwelijken in Nederland niet worden erkend
Besluit van de verzoeker om alle drie de huwelijken in stand te houden en de situatie niet te regulariseren, in de wetenschap van het verbod en dat zijn kinderen daardoor met immigratieproblemen te maken zouden krijgen
Bestaan van een sterke Europese consensus over het verbod op polygamie
Ruime beoordelingsmarge die aan de lidstaten moet worden toegekend bij de beslissing of gezinshereniging tussen vaders en kinderen uit polygame huwelijken al dan niet wordt toegestaan
Beoordeling van alle relevante omstandigheden
Eerlijk evenwicht tussen de tegenstrijdige belangen die op het spel staan
Opvang
statushouders
bescherming in andere lidstaat
volgend verzoek
instructie Minister aan Fedasil om geen opvang te verlenen
art. 4, § 1, 3° Opvangwet
onderscheid tussen ‘volgende verzoeker’ en ‘aanvragen ingediend in een tweede lidstaat nadat reeds bescherming werd verleend in een eerste lidstaat’
schorsing
(T.N. t. Griekenland)
Art 8
positieve verplichting
recht op gezinsleven
lang uitblijven van beslissing door nationale overheden over aanvraag gezinshereniging van een Burundees onderdaan erkend als vluchteling in Griekenland wegens zijn onmogelijkheid om bewijsstukken voor te leggen vereist door de nationale wetgeving
nationale overheden houden geen rechtvaardig evenwicht, in overeenstemming met hun appreciatiemarge, tussen het belang van de verzoeker om herenigd te worden met zijn familie en de belangen van de Griekse staat
beslissingsproces bij de asieldienst bevat geen garantie van flexibiliteit, snelheid en effectiviteit vereist om het recht op respect voor zijn gezinshereniging te garanderen aan de verzoeker
Art 13 (+ Art 8)
daadwerkelijk rechtsmiddel
afwezigheid van intern rechtsmiddel
(Suji t. Griekenland)
Art 8
positieve verplichting
recht op gezinsleven
lang uitblijven van beslissing door nationale overheden over aanvraag gezinshereniging van een Burundees onderdaan erkend als vluchteling in Griekenland wegens zijn onmogelijkheid om bewijsstukken voor te leggen vereist door de nationale wetgeving
nationale overheden houden geen rechtvaardig evenwicht, in overeenstemming met hun appreciatiemarge, tussen het belang van de verzoeker om herenigd te worden met zijn familie en de belangen van de Griekse staat
beslissingsproces bij asieldienst bevat geen garantie van flexibiliteit, snelheid en effectiviteit vereist om het recht op respect voor zijn gezinshereniging te garanderen aan verzoeker
Art 13 (+ Art 8)
daadwerkelijk rechtsmiddel
afwezigheid van intern rechtsmiddel
(Dotani t. Griekenland)
Art 8
positieve verplichting
recht op gezinsleven
lang uitblijven van beslissing door nationale overheden over aanvraag gezinshereniging van een Burundees onderdaan erkend als vluchteling in Griekenland wegens zijn onmogelijkheid om bewijsstukken voor te leggen vereist door de nationale wetgeving
nationale overheden houden geen rechtvaardig evenwicht, in overeenstemming met hun appreciatiemarge, tussen het belang van de verzoeker om herenigd te worden met zijn familie en de belangen van de Griekse staat
beslissingsproces bij asieldienst bevat geen garantie van flexibiliteit, snelheid en effectiviteit vereist om het recht op respect voor zijn gezinshereniging te garanderen aan verzoeker
Art 13 (+ Art 8)
daadwerkelijk rechtsmiddel
afwezigheid van intern rechtsmiddel
(J.B. t. Griekenland) Geen schending artikel 13 EVRM (+ artikel 3 EVRM)
Uitzetting
Daadwerkelijk rechtsmiddel
Verdragsconform onderzoek van het asielverzoek van een Syrische onderdaan in de context van zijn mogelijke terugkeer van Griekenland naar Turkije op grond van de EU-Turkije-verklaring van 18 maart 2016
Schrapping van de rol van de materiële klacht onder artikel 3 wegens de toekenning van de vluchtelingenstatus in Frankrijk ontnam verzoeker niet zijn hoedanigheid van slachtoffer onder artikel 13
Wanneer de terugkeer van asielzoekers wordt beheerst door een gestructureerd kader van samenwerking tussen twee verdragsstaten (in plaats van door ad hoc diplomatieke toezeggingen) met duidelijke en objectief verifieerbare voorwaarden, moet bij de risicobeoordeling rekening worden gehouden met die bredere context
Het beginsel dat diplomatieke garanties specifiek moeten zijn, mag niet mechanisch worden toegepast wanneer de ontvangende Staat deelneemt aan een gevestigd, onderling overeengekomen mechanisme voor de behandeling van teruggekeerde personen
Algemene garanties die in een dergelijke overeenkomst zijn opgenomen en door middel van voortdurende institutionele samenwerking worden uitgevoerd, kunnen volstaan om een reëel risico op een met artikel 3 strijdige behandeling weg te nemen, mits zij een voldoende betrouwbare waarborg van bescherming bieden
De garanties in de onderhavige zaak, beoordeeld binnen het bredere kader van de EU-Turkije-verklaring en in samenhang met objectief materiaal, vormen een samenhangend en elkaar wederzijds versterkend geheel van waarborgen waarop de nationale autoriteiten zich konden baseren
Grondig, gelaagd onderzoek van asielverzoek
Geïndividualiseerde beoordeling
Verzoeker kreeg de gelegenheid het vermoeden te weerleggen dat Turkije voor hem een veilig derde land was
Doeltreffende waarborgen die verzoeker in staat stelden zijn vrees voor een met artikel 3 strijdige behandeling naar voren te brengen en die hem konden beschermen tegen willekeurige terugzending naar Turkije en, via ketenrefoulement, naar zijn land van herkomst
Schending artikel 3 (materieel)
Vernederende behandeling
Detentie van verzoeker gedurende één maand en negentien dagen in een politiebureau zonder de voorzieningen die voor langdurige detentie vereist zijn
Opvang
KB Cumul
bijdrageplicht niet nagekomen
beëindiging opvang
code 207 no show
art. 35/1 en 35/2 Opvangwet
art. 6 en 13 KB 16 april 2024
beëindiging opvang kan niet louter op grond dat verzoeker in verleden over voldoende bestaansmiddelen beschikte
automatische koppeling tussen niet betalen bijdrage en beëindiging materiële hulp is in strijd met Opvangwet
cumulatieve voorwaarden voor beëindiging niet vervuld
verschuldiging achterstallige betaling aan Fedasil
bijdrageplicht niet onwettig
vernietiging beslissing beëindiging opvang
veroordeling voor verschuldigde bijdragen
Gezinshereniging
art. 10 Vw.
art. 39/2, § 2 Vw.
DVZ had moeten nagaan of vertraging voor aanvraag gezinshereniging aan administratie of nieuwe organisatie te wijten was
zorgvuldigheidsplicht
vergaren informatie om met kennis van zaken beslissing te nemen
DVZ moest hier kennis van hebben en indien nodig op eigen initiatief onderzoeken
(M.V. e.a. t. België) Schending artikel 3 EVRM (vernederende behandeling)
geen opvang voor verzoekers om internationale bescherming
maanden op straat in precaire omstandigheden
Gebrek aan respect voor de waardigheid
Schending artikel 6 EVRM (burgerlijk recht)
toegang tot de rechter
Onredelijke termijn van tenuitvoerlegging van definitieve gerechtelijke beslissingen waarbij de staat wordt gelast onderdak en materiële bijstand te verstrekken aan verzoekers om internationale bescherming Schending artikel 34 EVRM
Belemmering van de uitoefening van het recht op een individueel verzoekschrift
onredelijke termijn om de voorlopige maatregel op grond van Regel 39 toe te passen
Artikel 46 EVRM
Algemene maatregelen
Belgische staat moet het systemisch probleem verhelpen dat de nationale autoriteiten niet in staat zijn het nationale recht inzake het recht op opvang van asielzoekers na te leven, met inbegrip van definitieve rechterlijke beslissingen die de naleving ervan bevelen
Opvang
ministeriële instructie van 2 maart 2026
weigering opvang aan verzoekers om internationale bescherming met beschermingsstatus in ander EU-land
M-statushouders
instructie verordenend van aard
geen advies afdeling wetgeving RvS
gezag van gewijsde van beslissing over eerdere instructie
schorsing
(D.M. t. Zweden) Artikel 3 EVRM (verbod op onmenselijke en vernederende behandeling)
uitzetting van een Afghaanse onderdaan van Hazara-afkomst naar Afghanistan zou een schending van artikel 3 EVRM inhouden
Ernstige algemene veiligheids- en mensenrechtensituatie in Afghanistan na de machtsovername door de Taliban in 2021 onvoldoende om te concluderen dat elke uitzetting daarheen noodzakelijkerwijs artikel 3 EVRM zou schenden
Situatie van Hazara's, hoewel nijpend, niet zodanig dat zij kunnen worden beschouwd als een groep die systematisch wordt blootgesteld aan mishandeling die het niveau van artikel 3 EVRM bereikt
Aanwezigheid van individuele risicoverhogende factoren, waaronder de etniciteit van de verzoeker, het herkomstgebied waarnaar hij zou worden teruggestuurd, zijn langdurig verblijf in Zweden, "verwestering", en gedrag dat wordt gezien als een overtreding van religieuze en morele normen in Afghanistan
Ontbreken van een cumulatieve risicobeoordeling in de relevante nationale beslissingen
Reëel risico op mishandeling op basis van het cumulatieve effect van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, in het licht van de algemene mensenrechtensituatie en die van Hazara's in Afghanistan
Opvang
ministeriële instructie van november 2024
weigering opvang aan verzoekers om internationale bescherming met beschermingsstatus in ander EU-land
M-statushouders
instructie verordenend van aard
geen advies afdeling wetgeving RvS
vernietiging
Verzoek om internationale bescherming
asiel
onderzoeksbevoegdheid RvV
nieuw motief tijdens beroepsprocedure
seksuele oriëntatie pas vermeld tijdens beroepsprocedure
RvV had CGVS om nader onderzoek moeten vragen
HvJ 4 oktober 2018, nr. C-652/16, ‘Ahmedbakova’
gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan voor de weigeringsbeslissing
essentiële fase in behandeling van het verzoek omzeild
vernietiging
(K.G en S.G. t. Polen) Schending Artikel 5, lid 1, onder f)
Plaatsing moeder en baby in een gevangenisachtige structuur
alternatieve maatregelen niet overwogen
onvoldoende rekening gehouden met geestelijke gezondheid
Gebrek aan zorgvuldigheidseisen van autoriteiten om de duur van de detentie van de kinderen tot het strikte minimum te beperken
Schending artikel 8 EVRM
15.000 euro schadevergoeding
Unieburger
BGV met inreisverbod
inschrijving als zelfstandige
bijlage 19 als onbestaande beschouwd
rechtsgrond
geen recht om België binnen te komen
art. 44decies Vw.
art. 2 van de Overeenkomst van 19 september 1960 ‘inzake de tenuitvoerlegging van de artikelen 55 en 56 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie’
toepasselijke rechtsnormen
HvJ 16 mei 1984, C-105/83, Pakvries
Beneluxrecht kan worden toegepast indien verder voortgeschreden dan het Unierecht
“voldoende bestaansmiddelen en van goed zedelijk gedrag”
art. 5 Overeenkomst van 19 september 1960
verwijderingsmaatregel
goed zedelijk gedrag impliceert niet alleen morele integriteit, maar ook afwezigheid van gevaar voor nationale veiligheid
ongegrond
verwerping
(Manukyan t. Armenië) Schending artikel 8 EVRM (recht op privéleven)
Verzameling van persoonlijke informatie door Armeense veiligheidsdiensten
gebruik van dwang en bedreigingen met het oog op samenwerking
geen elementen van nationale veiligheid aangetoond
Methodes tegenstrijdig met de rechtsstaat
inmenging niet voorzien door de wet
Gebrek aan daadwerkelijk onderzoek na ernstige beweringen van strafbare feiten
Erkenning vluchteling in Nederland
5.000 euro schadevergoeding
Opvang
beperking materiële hulp tot medische bijstand
code 207 no show
niet voldaan aan bijdrageplicht
art. 4, § 1,° Opvangwet
zelfmoordpoging
individuele motivering
specifieke situatie
recht op menswaardige levensstandaard
geen motivering over manier waarop verzoeker inkomsten probeerde te verbergen
kwetsbaarheid
art. 14 Opvangwet
onvoldoende geïnformeerd
niet proportioneel
gegrond
schadevergoeding
Opvang
statushouder in Griekenland
volgend verzoek
art. 50, § 5 Vw.
art. 4, § 1, 5° Opvangwet
communicatie van Europese Commissie van 4 april 2025 over situatie in Griekenland
verzoekers tonen niet aan dat bescherming in Griekenland niet effectief is
geen uiterst dringende noodzakelijkheid aangetoond
onontvankelijk