Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de MensDatum beslissing
Nummer
52836/22Trefwoorden
(M.V. e.a. t. België) Art. 3 (materiële voorzieningen)
Vernederende behandeling
Nationale autoriteiten, die hun wettelijke verplichting om asielzoekers onderdak te bieden en materiële bijstand te verlenen niet zijn nagekomen, worden verantwoordelijk gehouden voor hun uiterst precaire levensomstandigheden op straat gedurende maanden
Gebrek aan respect voor hun waardigheid
De betreffende levensomstandigheden in combinatie met het uitblijven van een adequaat antwoord van de nationale autoriteiten op de talrijke waarschuwingen van de verzoekers dat zij in de praktijk geen gebruik kunnen maken van hun rechten en niet in hun basisbehoeften kunnen voorzien
Art. 6 (burgerlijk)
Toegang tot de rechter
Onredelijke vertragingen bij de uitvoering, door de nationale autoriteiten, van definitieve beschikkingen waarin de staat wordt verplicht om opvang en materiële bijstand te verlenen aan verzoekers om internationale bescherming
Art. 34
Belemmering van de uitoefening van het recht op beroep
Onredelijke vertragingen bij de uitvoering, door de nationale autoriteiten, van de voorlopige maatregelen die door het Hof zijn opgelegd en waarin hen wordt opgedragen de uitspraken van de nationale rechtbanken uit te voeren en opvang en materiële bijstand te verlenen aan verzoekers om internationale bescherming
Art. 46
Algemene maatregelen
Verwerende staat verplicht het in Camara t. België vastgestelde structurele probleem te verhelpen, namelijk het vermogen van de nationale autoriteiten om te voldoen aan de nationale wetgeving inzake het recht op opvang van asielzoekers, met inbegrip van definitieve rechterlijke beslissingen die naleving gelasten