Screening
In het kort
Als je aangehouden wordt, of een verzoek om internationale bescherming indient, en je identiteit is nog niet gekend in de EU omdat je onwettig binnengekomen bent, dan moet de politie of de Dienst Vreemdelingenzaken eerst een screening uitvoeren. Je moet je meewerken aan de screening.
Wat is een screening?
Een ‘screening’ is een controle van de identiteit en van de eventuele kwetsbaarheid van een vreemdeling die in de Europese Unie verblijft, maar niet wettig is binnengekomen, en nog niet eerder aan een screening onderworpen is.
De screening wordt geregeld door Verordening 2024/1356 (De Screeningverordening, hierna SCR). De bepalingen van deze verordening zijn rechtstreeks van toepassing in België. Artikel 8quater van de Verblijfswet bepaald wie de screening in België moet doen.
Voor wie is screening nodig?
Een screening is enkel nodig voor een onderdaan van een derde land, die geen familielid is van een Unieburger.
Als je de nationaliteit hebt van een EU-lidstaat, kan je niet onderworpen worden aan een screening. Hetzelfde geldt voor derdelands familieleden die een Unieburger vergezellen. Het gaat om de echtgenoot, geregistreerde partner, kinderen tot 21 jaar, kinderen ouder dan 21 jaar ten laste, en ouders ten laste. Derdelanders die “ander familielid” zijn van een Unieburger, of die een afgeleid recht, zoals bijvoorbeeld de ouders van een minderjarige Unieburger, kunnen wel onderworpen worden aan een screening.
Een screening is verplicht als je aan de buitengrens verzoek doet om internationale bescherming.
Een screening is verplicht als je aangehouden wordt of een verzoek om internationale bescherming doet op het grondgebied na onwettige binnenkomst, en nog geen vorige screening hebt gehad.
In praktijk zal bij een beslissing tot terugdrijving aan de grens, zonder verzoek om bescherming, geen screening nodig zijn. De screening wordt in theorie wel verplicht als de persoon niet wordt teruggezonden binnen de 72 uur. Maar als betrokkene ondertussen wordt vastgehouden, is de screening pas verplicht op het moment van vrijlating. De verplichte screening bij ontscheping na redding op zee aan een buitengrens zal in België weinig van toepassing zijn.
Als je niet aan de voorwaarden voor screening voldoet, moet de screening onmiddellijk worden stopgezet. Als je beslist om vrijwillig terug te keren naar een land buiten de EU, kan de screening ook stopgezet worden, maar DVZ mag beslissen de screening toch nog uit te voeren.
Een screening is niet verplicht als de DVZ beslist om iemand onmiddellijk naar een andere lidstaat te brengen in het kader van een bilaterale regeling.
Hoe verloopt de screening?
De procedure bestaat uit het verzamelen en registreren van gegevens op een screeningsformulier (TOOL en LINK artikel 17 SCR), en een doorverwijzing naar de ‘gepaste procedure’.
Eerst wordt gecontroleerd of je al eerder werd gescreend. Als je een bewijs van eerdere screening voorlegt, is verder onderzoek niet meer nodig.
Het invullen van het formulier gebeurt door DVZ of door de politie, zowel aan de grens als in het binnenland. In principe is er ook een medische screening nodig, waarvoor Fedasil bevoegd is. Je zal de vraag krijgen een medische screening te doen bij Fedasil, maar als je je niet aanbiedt bij de medische screening heeft dit echter geen gevolgen.
De screening zelf omvat vier soorten controles:
- Een voorlopige medische controle om na te gaan of er medische zorgen dan wel een isolatiemaatregen noodzakelijk is;
- Een voorlopige beoordeling van de kwetsbaarheid (met name staatloosheid, kwetsbaarheid, slachtoffer van foltering, speciale behoeften;
- De identificatie of verificatie van identiteit;
- De veiligheidscontrole om na te gaan of er sprake is van een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid. Er is in dit geval geen onderzoek naar eventueel gevaar voor openbare orde.
Je moet bij een screening vingerafdrukken laten nemen, die dan geregistreerd worden in het Eurodac-systeem.
Er moet een medisch onderzoek gedaan worden om na te gaan of er medische zorgen nodig zijn, en of er eventueel sprake is van een besmettelijke ziekte.
Tijdens de screening is er een recht op dringende medische hulp. Als blijkt dat je dringende zorgen nodig hebt, krijg je toegang tot spoedeisende gezondheidszorg en essentiële behandeling van ziekten.
Als er aanwijzingen zijn van kwetsbaarheid, is er bovendien een recht op tijdige en passende ondersteuning in een adequate accommodatie met het oog op je lichamelijke en geestelijke gezondheid.
Als je een verzoek om internationale bescherming doet, mag het medisch onderzoek voor de screening samenvallen met het onderzoek in de procedure voor internationale bescherming. Hetzelfde geldt voor de beoordeling van kwetsbaarheid.
Bij minderjarigen moet rekening gehouden worden met het belang van het kind en moet een meerderjarig gezinslid de minderjarige kunnen vergezellen . Bij de screening van een niet-begeleide minderjarige moet een vertegenwoordiger aanwezig zijn.
De screening mag aan de grens niet langer duren dan 7 dagen, en op het grondgebied niet langer dan 3 dagen. Als de screening op dat moment niet afgerond is, moet ze worden stopgezet.
Plichten tijdens de screening
Bij een screening ben je verplicht je naam, geboortedatum, geslacht en nationaliteit te melden, en alle documenten voor te leggen die die gegevens kunnen bewijzen. Identiteitsdocumenten of reisdocumenten moeten worden getoond. Je moet ook je vingerafdrukken laten nemen.
Je moet je medewerking verlenen bij het opmaken van het screeningformulier. Het gaat om de landen waar je tevoren hebt verbleven, je talenkennis, en of er gezinsleden aanwezig zijn op het grondgebied. Ook informatie over de reden van binnenkomst, gevolgde reisroutes en beoogde bestemming, of informatie in verband met mensensmokkel of mensenhandel, kan gegeven worden, als die informatie beschikbaar is. De screeningverordening noemt die informatie niet als gegevens die je verplicht moet melden, maar volgens de Belgische wet moet je wel alle gevraagde gegevens en documenten voorleggen, om te voldoen aan de medewerkingsplicht.
De vreemdeling mag vragen om het formulier te verbeteren, maar het is niet mogelijk om tegen de inhoud van het formulier zelf in beroep te gaan als er onenigheid is. Als je een verzoek indient om internationale bescherming, is het wel mogelijk om de inhoud van het formulier nog te weerleggen, en moet de inhoud van het screeningformulier onderzocht kunnen worden, zowel door het CGVS als door de RVV. Het formulier moet daarom ook melden welke informatie afkomstig is van de vreemdeling, en welke informatie door de overheid is toegevoegd.
Je moet tijdens de screening “ter beschikking blijven” van de politie of DVZ. In praktijk betekent dat dat je moet opdagen op een gegeven afspraak. Als je dat niet doet, kan dat gezien worden als een “risico van onderduiken”. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor een procedure internationale bescherming, of leiden tot een vasthouding met het oog op verwijdering.
Rechten tijdens de screening
Bij een screening moet je voldoende informatie krijgen. Het gaat om informatie over de screening zelf, over de mogelijkheid om internationale bescherming te vragen, en over de mogelijkheid om met een advocaat of organisatie contact op te nemen. Verder gaat het ook om informatie over de regels voor toegang tot het grondgebied, voor terugkeer en voor herplaatsing. De informatie moet gegeven worden in een taal die de persoon kan begrijpen, en in principe schriftelijk. Enkel als dat nodig is, kan het mondeling. Voor minderjarigen moet het op kindvriendelijke wijze.
Er is een recht op dringende medische hulp, en er moeten “toereikende leefomstandigheden” worden verzekerd voor ieder die gescreend wordt. Als je een verzoek om internationale bescherming indiende valt het medisch onderzoek samen met het onderzoek dat al gebeurt in het kader van die procedure. Als je op het grondgebied aangehouden werd, wordt je uitgenodigd om een medische controle te ondergaan bij Fedasil, in het Refugee Medical Point (RMP), om daar ook eventueel de nodige medische zorgen toegediend te krijgen.
Advocaten of organisaties die advies verlenen hebben toegang tot de personen die gescreend worden. Diensten voor kinderbescherming of bescherming slachtoffers mensenhandel moeten bij de screening worden betrokken worden.
Na afloop van de screening
Na screening of na afloop van de termijn van 7 dagen aan de grens of van de termijn van 3 dagen op het grondgebied, zal de Dienst Vreemdelingenzaken een beslissing nemen in toepassing van de procedures voor vrijwillige of gedwongen terugkeer, of eventueel het regulariseren van de binnenkomst om humanitaire redenen. DVZ krijgt het screeningsformulier toegezonden.
Screening samen met procedure internationale bescherming
De screening mag op zich geen vertragende factor zijn ten aanzien van procedures van bescherming, want moet er precies toe bijdragen om de vreemdeling in een zo vroeg mogelijk stadium naar de passende procedures door te verwijzen en ze zonder onderbreking of vertraging te doorlopen.
Je verzoek om internationale bescherming moet "onverwijld" geregistreerd worden, ook als er ondertussen een screening uitgevoerd wordt.
Als je bij het doen van je verzoek om internationale bescherming een recht hebt op opvang, gaat dit recht ook onmiddellijk in, ook al loopt er ondertussen een screening.
De terugkeerrichtlijn is pas van toepassing na afloop van de screening. Je kan wel al worden vastgehouden, want de mogelijkheid tot vasthouding in toepassing van Richtlijn 2008/115 is wel al van toepassing tijdens de screening.
Screening samen met vasthouding
De screening zelf is geen grond tot vasthouding, maar het is wel mogelijk dat je tijdens een screening wordt vastgehouden, omdat je aan de grens geen recht hebt op binnenkomst, of omdat je onwettig op het grondgebied verblijft.
Artikel 74/5 § 3/1 Verblijfswet regelt de vasthouding aan de grens, en bepaalt dat die kan voortduren gedurende de screening (7 dagen) en ook daarna nog tijdens de asielgrensprocedure (12 of 16 weken vanaf de registratie van het verzoek).
Artikel 74/6 Verblijfswet regelt de vasthouding tijdens de behandeling van een verzoek om internationale bescherming.
Artikel 74/6/1 Verblijfswet regelt de vasthouding tijdens het onderzoek naar de verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming.