Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 331.037 - 14-08-2025

Samenvatting

De Raad stelt vast dat er inderdaad vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de verklaringen van verzoeker over de bewustwording van zijn (bi-)seksuele oriëntatie. Desalniettemin is het op basis van de informatie die verzoeker heeft aangereikt aannemelijk dat hij een bepaald gedrag vertoont dat onverenigbaar is met de standaarden die op dit vlak in Afghanistan gelden. Het gegeven dat hij seksuele handelingen heeft gesteld met mannen/transgenders wordt als dusdanig nergens betwist of weerlegd in de bestreden beslissing. Daarenboven kan uit zijn verklaringen worden opgemaakt dat voor hem het fysieke geslacht of de genderidentiteit van de persoon waarmee hij seksuele contacten wenst aan te knopen van ondergeschikt belang is (cf. infra). Deze attitude ten aanzien van seksualiteitsbeleving staat haaks op de strenge moraal die de huidige Afghaanse samenleving kenmerkt.

Daarnaast verklaarde verzoeker dat hij in Afghanistan problemen riskeert omwille van zijn zichtbare tatoeages op zijn hand en voorarm, omdat dit door de taliban bestraft wordt omdat dit door de islam verboden is (AD, stuk 4, Bijkomende informatie, Notities van het persoonlijk onderhoud II, 5 december 2023, p. 15). In de bestreden beslissing wordt hierover het volgende gesteld:

“Dat u tatoeages hebt dient evenmin als dermate problematisch te worden aanzien dat u vervolging riskeert door de Taliban bij een eventuele terugkeer. Zo stellen de tatoeages op uw voorarm en hand geen uitgesproken Westerse idealen of religieuze symbolen voor. Immers zou het louter om het woord ‘BOOX’ gaan (GV1 P. 15) verwijzend naar uw liefde voor het boksen. Daarenboven beschikt u over de mogelijkheid om uw tatoeages in het Afghaanse openbare leven te bedekken met de nodige kledij, wat op zich geen inbreuk vormt op een fundamenteel grondrecht. Hierbij kan gewezen worden op de voorschriften inzake klederdracht door de Taliban. Zij staan immers een traditionele klederdracht voor die lichaamsdelen bedekt houdt. Tevens kan worden aangestipt dat er diverse mogelijkheden bestaan om tatoeages te laten verwijderen. Door middel van deze tatoeages heeft u geenszins aangetoond dat u dermate verwesterd bent dat u zich niet meer zou willen of kunnen schikken naar de in Afghanistan vigerende wetten en gebruiken. Dat u zich in geval van terugkeer enige mate dient te conformeren aan de dominante cultuur en aan de hiermee gepaard gaande restricties, maakt op zich geen vervolging in vluchtelingrechtelijke zin uit.” 

De commissaris-generaal relativeert in de bestreden beslissing het risico dat verzoeker zou lopen omwille van de bizarre tatoeages op zijn voorarm en hand. Het bedekken van tatoeages met kledij is in geval van tatoeages op de handen in de praktijk niet haalbaar. Uit de rechtspraak blijkt bovendien dat een vreemdeling niet in staat kan worden geacht zijn tatoeage steeds bedekt te houden (RvS (NL), 1 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2201), waardoor de kans bestaat dat verzoeker als een buitenbeentje wordt aanzien. 

Door de combinatie van verzoekers gedragingen en afwijkende ‘attitude’ ten aanzien van seksualiteitsbeleving, zijn opvallende tatoeages (hand en voorarm) en zijn relatief lange afwezigheid uit Afghanistan, is het niet onaannemelijk dat hij in geval van terugkeer in zijn lokale gemeenschap met een bepaald stigma wordt geconfronteerd en op die manier onder de negatieve aandacht van de huidige de facto-autoriteiten zou kunnen komen, die geen ruimte laten voor deviantie.

In dit verband wijst verzoeker in zijn aanvullende nota van 23 april 2025 onder andere op de handhaving van de zogeheten Moraliteitswetten die op 31 juli 2024 werden uitgevaardigd. Deze ‘nieuwe’ gedragsregels worden volgens verzoeker strikt gehandhaafd door de taliban. In de EUAA Country Focus Afghanistan van november 2024, waaraan verzoeker in zijn aanvullende nota refereert, wordt gesteld dat handelingen die indruisen tegen de moraliteitswetten of tegen de islam door medewerkers van het bevoegde “Ministry for the Propagation of Virtue and Prevention of Vice” (Ministerie ter bevordering van de deugd en preventie van zonden) streng bestraft kunnen worden. Uit de Country Focus blijkt ook dat de Moraliteitswetten onder andere lesbianisme en anale seks verbieden en dat “engaging in same sex acts” (verrichten van homoseksuele handelingen) aanleiding kan geven tot bestraffing, bijvoorbeeld met zweepslagen (EUAA Country Focus Afghanistan, november 2024, p. 114-115). In fine van zijn aanvullende nota oppert verzoeker dat de bestreden beslissing vernietigd dient te worden om zijn concrete ‘verwestering’ verder te onderzoeken. 

Zowel in de bestreden beslissing als in het verzoekschrift wordt op basis van de beschikbare landeninformatie overwogen dat er in Afghanistan lokaal grote verschillen bestaan inzake de handhaving van de Moraliteitswetten. In zijn aanvullende nota betoogt verzoeker dat dit in de praktijk hardhandig wordt gehandhaafd. Het blijft echter onduidelijk in hoeverre verzoeker in zijn concrete geval een risico loopt in geval van terugkeer naar Afghanistan. Een aantal specifieke aspecten van zijn situatie, zoals zijn verblijf in het Westen gedurende een viertal jaren, zijn attitude ten aanzien van seksualiteitsbeleving en zijn zichtbare tatoeages, maken dat er zich een verder onderzoek opdringt naar verzoekers eventuele nood aan internationale bescherming, bij uitstek in het licht van de actuele handhaving van de Moraliteitswetten in zijn regio van herkomst.