Terugkeervisum na verval van de verblijfstitel
In het kort
Als je geldigheidsdatum van je elektronische kaart vervalt tijdens een verblijf in het buitenland, en je visumplichtig bent, heb je een terugkeervisum nodig om naar België terug te keren. In sommige gevallen is er een recht op terugkeer, in andere gevallen heeft de Dienst Vreemdelingenzaken een discretionaire bevoegdheid om de terugkeer wel of niet toe te staan.
Voorwaarden voor een terugkeervisum na verval verblijfsvergunning
Als je een duurzaam statuut hebt, behoudt je je verblijfsstatuut, ook als tijdens een verblijf in het buitenland de geldigheidsdatum van je kaart verstrijkt:
- Als je beschikt over een duurzaam verblijf voor Unieburgers (EU+ kaart);
- Als je beschikte over een duurzaam verblijf voor de Brexit (M kaart ‘duurzaam verblijf’);
- Als je beschikt over een duurzaam verblijf als gezinslid van een Unieburger of een Belg (F+ kaart);
- Als je het statuut van langdurig ingezetene hebt (L-kaart);
- Als je erkend vluchteling bent (A-kaart, B-kaart, of evt andere).
Als je in die situatie visumplichtig bent, dan heb je je verblijfsvergunning nodig om te reizen. Als je verblijfsvergunning niet meer geldig is, moet je een terugkeervisum aanvragen.
Je moet bij de aanvraag kunnen aantonen dat je bij vertrek een duurzaam verblijf of een statuut van langdurige ingezetene had, of dat je erkend vluchteling bent, en dat je dat statuut niet verloor door afwezigheid.
Om te bewijzen dat je het statuut niet verloor, moet je voldoen aan de voorwaarden voor een recht op terugkeer:
- Als je een duurzaam verblijf hebt (EU+, F+, M Duurzaam), gaat het om een afwezigheid van niet meer dan twee jaar (zie hier);
- Als je een statuut van langdurig ingezetene hebt, gaat het om een verblijf van niet meer dan zes jaar in een andere EU-lidstaat of een verblijf van niet meer dan 12 maanden buiten de EU (zie hier);
- Als je erkend vluchteling bent, gelden meer soepele regels (zie hier).
Als je een andere verblijfsvergunning hebt dan van een duurzaam verblijf, statuut van langdurige ingezetene of van erkend vluchteling, dan moet je in principe bij terugkeer in het bezit zijn van een geldige verblijfskaart. Als je verblijfsvergunning vervallen is, en je hebt die nodig om te reizen kan je een terugkeervisum vragen, maar DVZ kan de aanvraag weigeren omdat je niet voldoet aan de voorwaarden. Als je maar voor een korte tijd op reis ging, en was je er niet van bewust dat je verblijfsvergunning net zou verlopen, wordt het terugkeervisum doorgaans toegestaan.
Procedure voor terugkeervisum na verval verblijfsvergunning
De aanvraag wordt ingediend bij de bevoegde diplomatieke of consulaire dienst.
Documenten:
- Geldig paspoort;
- Bewijs van het recht op terugkeer;
- Bewijzen van de datum van vertrek uit België (bijvoorbeeld: vliegticket, instapkaart, in- en uitreisstempels in het paspoort, enz.)
Als aan de voorwaarden voor terugkeer is voldaan, geeft de ambassade een visum D met de melding "B26". Als het gaat om een derdelands gezinslid van een Unieburger, geeft de ambassade een visum C met de code "BNL 5".
Als er niet aan de voorwaarden voor terugkeer is voldaan, moet je een geheel nieuwe verblijfsaanvraag indienen, eventueel een aanvraag tot machtiging tot terugkeer. Het gaat dan om een nieuwe visumaanvraag voor D-visum.
Weigering en beroep
Tegen een weigering van afgifte van een terugkeervisum staat een annulatieberoep open bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De termijn voor het indienen van het beroep is dertig dagen.
Het terugkeervisum kan geweigerd worden omdat er niet aan de voorwaarden voldaan is voor het recht op terugkeer, of om redenen van openbare orde.
Als de terugkeer geweigerd wordt omdat de voorwaarden voor het recht op terugkeer niet vervuld zijn, is de Dienst Vreemdelingenzaken in principe niet verplicht om een afweging te maken ten aanzien van de persoonlijke of familiale situatie van de betrokkene (RvS 243.936 van 14 maart 2019).
Als de terugkeer geweigerd wordt om redenen van openbare orde, gelden er wel bijzondere voorwaarden voor de motivering. Het Grondwettelijk Hof maakte in het arrest nr. 72/2023 van 27 april 2023 een duidelijk onderscheid tussen een beslissing tot weigering van het recht op terugkeer vanwege het verlies van verblijf van rechtswege, en de weigering van terugkeer om redenen van openbare orde (B.1.5).
In het tweede geval moeten de redenen van openbare orde ernstig genoeg zijn om de beëindiging van het verblijf te verantwoorden. Hier geldt dezelfde bescherming als voor de vreemdeling wiens verblijf in België wordt beëindigde om redenen van openbare orde, met afweging van alle elementen van de persoonlijke en familiale situatie van betrokkene. Als het gaat om een vreemdeling die in België is geboren of die vóór de leeftijd van twaalf jaar op het grondgebied is aangekomen en er sindsdien hoofdzakelijk en regelmatig heeft verbleven, kan de weigering van terugkeer alleen worden gemotiveerd door feiten van terrorisme of zeer ernstige criminaliteit. (GH nr. 72/2023, B.1.5.).