Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 333.377 - 29-09-2025

Samenvatting

Artikel 74/20 van de Vreemdelingenwet laat toe dat de verwerende partij controleert of verzoekende partij geen valse of misleidende informatie of documenten heeft gebruikt of fraude heeft gepleegd of andere onwettige middelen heeft gebruikt die bijdragen tot het verkrijgen van het verblijf. Zoals de verwerende partij in de nota met opmerkingen stelt, vermag zij conform artikel 74/20, §4 van de Vreemdelingenwet “te allen tijde specifieke controles uitvoeren of laten uitvoeren als er gegronde vermoedens zijn van fraude of van het gebruik van andere onwettige middelen.”

Zoals blijkt heeft de verwerende partij een onderzoek gevoerd naar de specifieke intentie van verzoekende partij met betrekking tot haar verblijf in België. Uit het interview blijkt dat verzoekende partij aangeeft dat zij van plan is om als kindermeisje in België te werken omdat dit haar gevraagd werd door haar werkgever en ze tijd met de kinderen wil doorbrengen, alsook wenst zij België te bezoeken. Wanneer haar gevraagd wordt in welke taalschool zij is ingeschreven, blijkt zij dit niet te weten en stelt zij slechts dat haar werkgever haar heeft ingeschreven in een taalschool om Frans te leren, hetgeen evenwel niet strookt met de documenten die zij heeft voorgelegd bij het bekomen van haar arbeidskaart B als au pair. Immers blijkt dat verzoekende partij is ingeschreven voor een cursus Nederlands voor anderstaligen (stuk gevoegd aan het verzoekschrift).

De Raad kan de verwerende partij volgen dat de intenties van verzoekende partij met betrekking tot haar verblijf in België niet stroken met de inhoud van het au pair statuut, temeer de vervolmaking van de talenkennis een constitutief bestanddeel vormt van het au pair statuut. Waar de verzoekende partij betoogt dat het haar niet aangewreven kan worden dat zij geen bewijs heeft voorgelegd van het feit dat zij Franse taallessen zal volgen nu dit al werd neergelegd bij de aanvraag voor de arbeidskaart, gaat zij eraan voorbij dat evenzeer gemotiveerd wordt dat verzoekende partij de naam van de school niet kent. Van verzoekende partij die in het kader van het au pair statuut naar België komt en in dat kader haar taalkennis wenst te vervolmaken kan evenwel redelijkerwijze worden aangenomen dat zij weet in welke school zij taallessen zal volgen. Bovendien gaat de verzoekende partij er geheel aan voorbij dat zij verklaarde Frans te zullen volgen, terwijl dit geenszins strookt met het feit dat zij blijkt ingeschreven te zijn voor een cursus Nederlands en niet Frans. Haar betoog dat haar verklaringen inzake het volgen van Franse taallessen berusten op een misverstand, kan niet overtuigen. Mede gelet op het feit dat zij volledig verkeerdelijk verklaard dat zij is ingeschreven voor Franse taallessen, overtuigt zij niet waar zij meent dat het gelet op haar Ethiopische afkomst niet zo abnormaal is dat zij de naam van de school niet kent. De onwetendheid en incorrectheid van de verklaringen van verzoekende partij over de taalkennis die zij wenst te vervolmaken, is dermate flagrant dat de verwerende partij niet kennelijk onredelijk vaststelt dat de intenties van verzoekende partij met betrekking tot haar verblijf in België niet stroken met de inhoud van het statuut van au pair. 

Verzoekende partij kan voorts wel gevolgd worden dat het loutere feit dat zij het gastgezin voorafgaandelijk kende en dit gezin zelf voorstelde om als au pair voor het gezin te werken niet maakt dat getwijfeld moet worden aan haar intentie om als au pair in België te verblijven, doch dit doet geen afbreuk aan de vaststelling supra inzake de vervolmaking van de taalkennis. Haar verklaringen dienaangaande ondermijnen haar voorgehouden intentie om in België te verblijven als au pair. Evenzeer gaat de verzoekende partij eraan voorbij dat zij verklaarde naar België te willen komen omdat ze van de kinderen van het gastgezin houdt en graag tijd met hen wenst door te brengen. Uit het geheel van haar verklaringen komt geenszins naar voren dat zij de bedoeling heeft om haar algemene ontwikkeling te verruimen door een betere kennis van België te verwerven. Daargelaten de vraag of haar verklaringen erop wijzen dat zij eerder een vakantie beoogt dan een au pair statuut, dient alleszins gesteld dat haar verklaringen zoals hoger weergegeven de voorgehouden intentie om als au pair in België te verblijven wel degelijk ondermijnen.