GwH: Analfabeten moeten uitzondering krijgen op talenkennisvereiste om Belg te worden

Om Belg te worden moet je in de meeste gevallen een bewijs van talenkennis voorleggen. Het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN) vereist een bewijs van talenkennis van niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Talen (ERK), en dat houdt zowel een mondeling als een schriftelijk luik in. Voor analfabeten bestaat geen uitzondering op deze voorwaarde. Ook zij moeten bewijzen dat ze ook schriftelijk het niveau A2 hebben. Dit is in strijd met de artikels 10 en 11 van de Grondwet (Gw) zo stelt het Grondwettelijk Hof. Die artikels waarborgen het gelijkheidsbeginsel. Dat beginsel houdt in dat categorieën van personen die zich in verschillende situaties bevinden ten aanzien van een maatregel, in dit geval al dan niet analfabeet zijn, niet op gelijke wijze behandeld mogen worden. Dat wil zeggen dat er voor analfabete vreemdelingen een uitzondering moet bestaan op de voorwaarde om ook schriftelijk het niveau A2 te bewijzen.

Vereiste schriftelijke talenkennis A2 onevenredig voor wie dat niet kan verwerven

Artikel 12bis, §1 WBN vereist in sommige situaties een bewijs van talenkennis om een nationaliteitsverklaring te kunnen indienen en Belg te worden. Het doel van de wetgever was om de Belgische nationaliteit voor te behouden aan vreemdelingen met een zekere vorm van integratie. De wetgever mag talenkennis vragen, en mag daarvoor ook verwijzen naar niveau A2 ERK, dat zowel een mondeling als een schriftelijk luik inhoudt. Maar het Hof onderzoekt of het geen onevenredige gevolgen heeft dat ook vreemdelingen die analfabeet zijn schriftelijke vaardigheden van niveau A2 ERK moeten bewijzen.

Volgens het Hof bestaan er analfabeten voor wie het onmogelijk is om niveau A2 schriftelijk te behalen, ook al volgen ze de gepaste opleidingen. Dat wordt, aldus het Hof, bevestigd door het opleidingsaanbod van de Vlaamse Gemeenschap. In het leergebied ‘Alfabetisering Nederlands tweede taal’ zijn twee opleidingsprofielen voorzien:

  • De opleiding NT2 Alfa – Mondeling richtgraad 1 en schriftelijk richtgraad 1.1: dat wil zeggen dat op mondeling vlak zowel A1 als A2 behaald werden, maar op schriftelijk vlak slechts A1
  • De opleiding NT2 Alfa – Mondeling richtgraad 1: dat wil zeggen dat op mondeling vlak zowel A1 als A2 behaald werden, maar dat door de leerkracht van de school is vastgesteld dat het onmogelijk is om niveau A1 op schriftelijk vlak te behalen. Binnen deze opleiding gaat het om het schriftelijke ‘zelfredzaamheidsniveau’. Een niveau dat onder het niveau 1.1 ERK ligt en niet omschreven wordt in het ERK omdat het ERK vertrekt van gealfabetiseerde tweede-taal-leerders, wat deze cursisten per definitie niet zijn.

Opmerking:

In dit leergebied ‘Alfabetisering Nederlands tweede taal’ is het dus niet mogelijk om het schriftelijke luik tot niveau A2 te volgen. Het hoogste niveau dat schriftelijk te behalen is binnen het alfabetiseringstraject is A1 (dat is 1.1). Wanneer na screening is vastgesteld dat de vreemdeling het alfabetiseringstraject moet volgen, kan het niveau A2 schriftelijk dus niet gevolgd of behaald worden. Dat is door de Vlaamse Overheid zo beslist omdat uit de praktijk bleek dat het nagenoeg onmogelijk is voor alfa-cursisten om schriftelijk een hoger niveau dan A1 te behalen. Wanneer tijdens het traject blijkt dat de cursist toch een hoger niveau zou kunnen behalen, wordt die persoon nog tijdens het traject uit het alfatraject gehaald en zal die les volgen in een hoger niveau. Wanneer een cursist een attest behaalt in het alfatraject, is dus gedurende het hele traject door de leerkrachten vastgesteld dat een hoger niveau niet mogelijk is. In het leergebied ‘Alfabetisering Nederlands tweede taal’ zijn de Ligo’s, de centra voor basiseducatie, de bevoegde onderwijsinstantie.

Oordeel GwH

Het feit dat het schriftelijke niveau A2 niet behaald kan worden, ligt dus niet aan onwil om zich te integreren of het gebrek aan inspanningen, maar wel aan een gebrek aan bepaalde taalkundige basiscompetenties, aldus het Hof. De vereiste om zowel op mondeling als op schriftelijk vlak niveau A2 ERK aan te tonen om Belg te kunnen worden, brengt in die gevallen wél onevenredige gevolgen met zich mee.

Het Hof stelt dus een schending van artikel 10 en 11 Gw vast voor zover er voor het bewijs van talenkennis geen uitzondering is voorzien voor analfabeten die wél over de mondelinge talenkennis A2 beschikken, maar die de schriftelijke vaardigheden A2 niet kunnen verwerven, ook niet na het volgen van de gepaste opleidingen.

Gevolgen van de ongrondwettigheid

Volgens het GwH is het nu aan de wetgever om deze schending van artikel 10 en 11 van de Grondwet te verhelpen. Dat kan door een uitzondering te voorzien op de talenkennisvereiste voor analfabeten. Het Grondwettelijk Hof stelt dat de uitzondering er moet zijn voor de vreemdeling die aantoont dat hij door zijn analfabetisme de schriftelijke vaardigheden van niveau A2 ERK niet kan verwerven. Ook al heeft hij redelijke inspanningen geleverd, rekening houdend met het bestaande opleidingsaanbod.

Zolang de wetgever de ongrondwettigheid nog niet heeft rechtgezet, moet de rechter die de prejudiciële vraag stelde een einde maken aan de ongrondwettigheid. Dat wil zeggen dat de rechter moet beoordelen of de vreemdeling al dan niet in staat is om het hele niveau A2 te bereiken. De rechter kan daarvoor eventueel bijstand van een deskundige vragen.

Opmerking:

Voor alfabetisering Nederlands tweede taal zijn de Ligo’s, de centra voor basiseducatie, de deskundige en expert in Vlaanderen en Brussel.

Wat betekent dit voor de instanties die moeten oordelen over nationaliteitsaanvragen?

Zolang de wetgeving niet is aangepast, moet, zoals hierboven beschreven, de rechter die de prejudiciële vraag stelde, deze ongrondwettigheid verhelpen. Dat kan door geval per geval, en eventueel met de bijstand van een deskundige (dit zijn de Ligo’s) te bepalen of de vreemdeling het schriftelijke niveau A2 kan behalen.

Andere rechters die dezelfde prejudiciële vraag willen stellen, zijn gehouden door deze uitspraak van het Hof, en moeten de vraag dus niet meer stellen.

We gaan er van uit dat ook alle parketten, die in eerste instantie beslissen over het al dan niet vervuld zijn van de voorwaarden voor nationaliteitsverklaring, deze rechtspraak zullen volgen.

Ook de ambtenaren burgerlijke stand van de gemeenten zullen op de hoogte moeten zijn van deze rechtspraak van het Grondwettelijk Hof: zij moeten immers de nationaliteitsaanvraag in ontvangst nemen en na controle van de volledigheid het dossier doorsturen naar het parket.

Welke documenten kunnen de vereiste talenkennis bewijzen voor wie geen schriftelijk A2 kan behalen?

Ligo, de centra voor basiseducatie, kunnen op vraag en na onderzoek of de betrokkene in staat is om schriftelijk het niveau A2 te halen, een attest afleveren. Ook ex-cursisten kunnen hiervoor naar hun voormalig Ligo centrum gaan.

Opmerking: In de praktijk merken we dat deze attesten van Ligo niet door alle parketten aanvaard worden als bewijs van de onmogelijkheid om het schriftelijke niveau A2 te behalen. Het parket van Antwerpen aanvaardt de attesten van Ligo die stellen dat A2 schriftelijk door de betrokkene niet behaald kan worden, wél. Ook de familierechtbank van Gent oordeelde in een vonnis van 23 november 2023 dat Ligo wel degelijk de deskundige is om te adviseren over de mogelijkheid van de betrokkene om al dan niet het niveau A2 schriftelijk te behalen en dat in casu voldoende aangetoond is dat de betrokkene, buiten zijn wil om, onmogelijk het schriftelijk niveau A2 kan behalen.

Eén van de twee certificaten die door Ligo, de centra voor basiseducatie, afgeleverd worden aan het einde van een alfabetiseringstraject, zou ook voldoende moeten zijn, al krijgen we signalen dat dit in de praktijk niet lukt. Het gaat om deze certificaten:

  • ‘certificaat van de opleiding NT2 Alfa – Mondeling Richtgraad 1 en Schriftelijk Richtgraad 1.1’, of
  • ‘certificaat van de opleiding NT2 Alfa – Mondeling Richtgraad 1’

Ook alle inburgeringsattesten zouden aanvaard moeten worden als bewijs van talenkennis. Binnen het inburgeringstraject van de Vlaamse Overheid geldt dat inburgeraars voor het trajectonderdeel Nederlands (NT2) het niveau A2 behaald moeten hebben vooraleer ze het inburgeringsattest kunnen krijgen, als ze tenminste ook geslaagd zijn voor de doelstellingen van alle andere trajectonderdelen (maatschappelijke oriëntatie, inschrijving bij VDAB of Actiris, deelname i.k.v. het participatie- en netwerktraject). Voor analfabete inburgeraars geldt een uitzondering voor het trajectonderdeel NT2: zij moeten op mondeling vlak wel niveau A2 behalen, maar schriftelijk moeten zij het ‘zelfredzaamheidsniveau’ behalen (art. 29 van het inburgeringsbesluit van 29/01/2016). Als zij daarin slagen, en ook de doelstellingen van de andere trajectonderdelen van het inburgeringstraject behalen, krijgen zij een inburgeringsattest. Hieruit volgt dat élk inburgeringsattest een bewijs van talenkennis is:

  • Voor ‘gewone’ inburgeraars bewijst het inburgeringsattest dat zij voor NT2 het gehele niveau A2 behaald hebben
  • Voor analfabete inburgeraars bewijst het inburgeringsattest dat zij op mondeling vlak het niveau A2 behaald hebben, en op schriftelijk vlak het zelfredzaamheidsniveau.

Daarnaast kan de Vlaamse Overheid binnen een inburgeringstraject inburgeraars ook een ‘Verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van het inburgeringsattest’ afleveren. Die verklaring zullen de Agentschappen Integratie en Inburgering enkel afleveren wanneer vaststaat dat de inburgeraar omwille van beperkte leercapaciteiten de doelstellingen van het inburgeringstraject op vlak van Nederlands of Maatschappelijke Oriëntatie niet kan halen. Ook deze verklaring zou volgens ons aanvaard moeten worden als bewijs dat is vastgesteld door de onderwijsinstelling dat de betrokkene onmogelijk het niveau A2 in zijn geheel kan behalen.

Meer info