Rechtspraak

  • 148 resultaten gevonden
(J.B. t. Griekenland) Geen schending artikel 13 EVRM (+ artikel 3 EVRM)
Uitzetting
Daadwerkelijk rechtsmiddel
Verdragsconform onderzoek van het asielverzoek van een Syrische onderdaan in de context van zijn mogelijke terugkeer van Griekenland naar Turkije op grond van de EU-Turkije-verklaring van 18 maart 2016
Schrapping van de rol van de materiële klacht onder artikel 3 wegens de toekenning van de vluchtelingenstatus in Frankrijk ontnam verzoeker niet zijn hoedanigheid van slachtoffer onder artikel 13
Wanneer de terugkeer van asielzoekers wordt beheerst door een gestructureerd kader van samenwerking tussen twee verdragsstaten (in plaats van door ad hoc diplomatieke toezeggingen) met duidelijke en objectief verifieerbare voorwaarden, moet bij de risicobeoordeling rekening worden gehouden met die bredere context
Het beginsel dat diplomatieke garanties specifiek moeten zijn, mag niet mechanisch worden toegepast wanneer de ontvangende Staat deelneemt aan een gevestigd, onderling overeengekomen mechanisme voor de behandeling van teruggekeerde personen
Algemene garanties die in een dergelijke overeenkomst zijn opgenomen en door middel van voortdurende institutionele samenwerking worden uitgevoerd, kunnen volstaan om een reëel risico op een met artikel 3 strijdige behandeling weg te nemen, mits zij een voldoende betrouwbare waarborg van bescherming bieden
De garanties in de onderhavige zaak, beoordeeld binnen het bredere kader van de EU-Turkije-verklaring en in samenhang met objectief materiaal, vormen een samenhangend en elkaar wederzijds versterkend geheel van waarborgen waarop de nationale autoriteiten zich konden baseren
Grondig, gelaagd onderzoek van asielverzoek
Geïndividualiseerde beoordeling
Verzoeker kreeg de gelegenheid het vermoeden te weerleggen dat Turkije voor hem een veilig derde land was
Doeltreffende waarborgen die verzoeker in staat stelden zijn vrees voor een met artikel 3 strijdige behandeling naar voren te brengen en die hem konden beschermen tegen willekeurige terugzending naar Turkije en, via ketenrefoulement, naar zijn land van herkomst
Schending artikel 3 (materieel)
Vernederende behandeling
Detentie van verzoeker gedurende één maand en negentien dagen in een politiebureau zonder de voorzieningen die voor langdurige detentie vereist zijn
(D.M. t. Zweden) Artikel 3 EVRM (verbod op onmenselijke en vernederende behandeling)
uitzetting van een Afghaanse onderdaan van Hazara-afkomst naar Afghanistan zou een schending van artikel 3 EVRM inhouden
Ernstige algemene veiligheids- en mensenrechtensituatie in Afghanistan na de machtsovername door de Taliban in 2021 onvoldoende om te concluderen dat elke uitzetting daarheen noodzakelijkerwijs artikel 3 EVRM zou schenden
Situatie van Hazara's, hoewel nijpend, niet zodanig dat zij kunnen worden beschouwd als een groep die systematisch wordt blootgesteld aan mishandeling die het niveau van artikel 3 EVRM bereikt
Aanwezigheid van individuele risicoverhogende factoren, waaronder de etniciteit van de verzoeker, het herkomstgebied waarnaar hij zou worden teruggestuurd, zijn langdurig verblijf in Zweden, "verwestering", en gedrag dat wordt gezien als een overtreding van religieuze en morele normen in Afghanistan
Ontbreken van een cumulatieve risicobeoordeling in de relevante nationale beslissingen
Reëel risico op mishandeling op basis van het cumulatieve effect van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, in het licht van de algemene mensenrechtensituatie en die van Hazara's in Afghanistan
BGV
detentie
terugdrijving naar de grens
UDN
Unieburger
art. 44ter Vw.
openbare orde
betrokkene opgepakt tijdens nationale betoging van 14/10/2025
Erasmus-studente
weigering identiteit mee te delen aan politie
uit administratief dossier blijkt niet dat betrokkene werd betrapt op brandstichting en gewelddadig gedrag
niet uitgegaan van juiste feitelijke gegevens
geen strafrechtelijk verleden
ernstig middel
MTHEN
art. 8 EVRM
schorsing
Einde verblijf
BGV
inreisverbod
art. 21 en 23 Vw.
openbare orde of nationale veiligheid
stukken van Staatsveiligheid
bevoegdheid DVZ
volgen beoordeling Staatsveiligheid zonder kennis te nemen van de feiten waarop zij zich baseren
discretionaire bevoegdheid impliceert niet dat beslissing genomen kan worden zonder zich te verzekeren van pertinentie van de motieven
cassatie
(A.R.E. t. Griekenland) Art 3 EVRM
Uitwijzing
Terugkeer van verzoekster naar haar land van herkomst, Turkije, zonder onderzoek naar risico op mishandeling en behandeling verzoek om internationale bescherming
Art. 13 (+ Art 3)
Ontbreken van een doeltreffende beroep
Art 5, lid 1
Rechtmatige arrestatie of detentie -Informele detentie van verzoekster, voorafgaand aan haar refoulement, zonder enige rechtsgrondslag
Artikel 5, lid 2
Ontbreken van informatie over de redenen voor de aanhouding
Artikel 5, lid 4
Ontbreken van een rechtsmiddel om de rechtmatigheid van de aanhouding te toetsen
Art 3 (materieel)
Onmenselijke of vernederende behandeling
Art 2 (materieel)
Leven
Feitelijke beschuldigingen van verzoeker tijdens uitzetting via de rivier Evros komen in grote lijnen overeen met de modus operandi beschreven in de relevante nationale en internationale
rapporten
Schendingen aangevoerd die niet onomstotelijk konden worden vastgesteld bij gebreke van nauwkeurige en overeenstemmende bewijzen
Artikel 13 (+ artikelen 2 en 3)
Ontbreken van een doeltreffend beroep
(M.I. t. Zwitserland) Art. 3 EVRM
Uitwijzing
Ontoereikende beoordeling door nationale rechter van gevaar voor slechte behandeling van verzoeker als homoseksuele man in Iran en van beschikbaarheid van staatsbescherming tegen dergelijke behandeling door niet-overheidsactoren
Verwijdering naar Iran zonder nieuwe beoordeling van deze aspecten zou schending inhouden
BGV
inreisverbod
openbare orde
art. 74/14 Vw.
risico op onderduiken
art. 7 Vw.
geen geldig paspoort en geen geldig visum of verblijfstitel
op heterdaad betrapping op slagen en verwoningen niet bevestigd of ontkrachtigd door stukken in administratief dossier
zelfstandig motief
gebonden bevoegdheid
onwettigheid slechts betrekking op overtollig motief
zelstandigheid onderscheiden rechtsgronden
gegrond
cassatie
BGV
formele motiveringsplicht
art. 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 inzake de formele motiveringsplicht
art. 74/13 Vw.
rekening houden met hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en gezondheidstoestand
belangenafweging
interne nota in administratief dossier
niet aangetoond dat verzoeker er kennis van had
geen uitdrukkelijke motivering in bestreden beslissing
te beperkte invulling
cassatie
BGV
formele motiveringsplicht
art. 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 inzake de formele motiveringsplicht
art. 74/13 Vw.
rekening houden met hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en gezondheidstoestand
belangenafweging
interne nota in administratief dossier
niet aangetoond dat verzoeker er kennis van had
geen uitdrukkelijke motivering in bestreden beslissing
te beperkte invulling
cassatie
BGV
formele motiveringsplicht
art. 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 inzake de formele motiveringsplicht
art. 74/13 Vw.
rekening houden met hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en gezondheidstoestand
belangenafweging
interne nota in administratief dossier
niet aangetoond dat verzoeker er kennis van had
geen uitdrukkelijke motivering in bestreden beslissing
te beperkte invulling
cassatie
(W.A. e.a. tegen Italië) Geen schending artikel 3 EVRM (procedureel)
Uitzetting
Beweerde verwijdering van vijf Soedanese staatsburgers als onderdeel van een groep van veertig migranten die naar het land van herkomst werden uitgezet
Beoordeling door EHRM of verzoekers deel uitmaakten van de verwijderde groep op basis van een expertiserapport voor gezichtsvergelijking door de Belgische politie
Voldoende elementen om te concluderen dat alleen de eerste verzoeker onder de verwijderde personen viel (ontvankelijk), maar niet de overige verzoekers (duidelijk ongegrond)
Effectieve waarborgen voor bescherming van de eerste verzoeker tegen willekeurige refoulement naar Soedan
(Kogan en andere t. Rusland) Schending artikel 8 (Privé- en gezinsleven)
Ongerechtvaardigde intrekking van verblijfsvergunning van mensenrechtenadvocaat om niet bekendgemaakte redenen van nationale veiligheid
Zuiver formele toetsing van intrekkingsbesluit door nationale rechterlijke instanties
Intrekkingsprocedure aangetast door ernstige procedurele gebreken
Schending artikel 18 (+ artikel 8)
Beperking voor ongeoorloofde doeleinden
Intrekking van de verblijfsvergunning van verzoekster, hoofdzakelijk bedoeld om de mensenrechtengerelateerde activiteiten van haar en haar echtgenoot te bestraffen en de voortzetting ervan te verhinderen
Algemene context van toename van strenge beperkingen voor NGO's, mensenrechtenverdedigers en andere actoren van het maatschappelijk middenveld in Rusland, met als gevolg een "chilling effect" op hun activiteiten
Schending artikel 38
Niet-nakoming van de verplichting van de staat om alle nodige faciliteiten te verstrekken
BGV
subsidiaire bescherming in Griekenland
asielaanvraag in Duitsland afgewezen
art. 3 EVRM
verhouding Dublin-verordening en procedurerichtlijn
HvJ 5 april 2017, nr. C-36/17, Daher Muse Ahmed t. Bundesrepublik Deutschland
Dublin niet van toepassing
geen schending non-refoulement beginsel
geen schending art. 3 EVRM
verwerping