Rb Brussel: DVZ moet contactgegevens ambtenaren ter beschikking stellen van advocaten

In een vonnis van 23 oktober 2023 veroordeelt de Rechtbank van Eerste Aanleg van Brussel de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). De DVZ moet een volledig organigram met contactgegevens van haar ambtenaren ter beschikking stellen aan de Orde van Vlaamse Balies.

Actieve openbaarheid van bestuur en gebrekkige bereikbaarheid DVZ verantwoorden vraag naar contactgegevens

De vordering, ingesteld door de Orde van Vlaamse Balies en advocate Kati Verstrepen, was erop gericht DVZ te verplichten om een volledig organigram op haar website te publiceren of minstens mee te delen aan de advocatuur. Deze vraag is gesteund op:

  • artikel 2, 2° van de Wet betreffende de openbaarheid van bestuur, de zogenaamde ‘actieve openbaarheid van bestuur’, dat voorschrijft dat elke federale administratieve overheid een document publiceert en ter beschikking stelt van eenieder die erom vraagt, met de beschrijving van haar bevoegdheden en haar interne organisatie;
  • een gelijkaardige zaak van Rb. Brussel van 22 augustus 2011, waarbij de Franse orde van advocaten bij de balie te Brussel en een in vreemdelingenrecht gespecialiseerde advocaat hetzelfde bekwamen;
  • de slechte werking, onderbezetting en lange behandelingsduur van dossiers bij DVZ, waardoor het noodzakelijk is voor advocaten om een zaak gericht op te volgen en rappels te richten aan de ambtenaar die het toekomt;
  • een academisch proefschrift, een verslag van het Rekenhof aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers en een auditverslag van de asiel- en migratiediensten waaruit blijkt dat DVZ moeilijk bereikbaar is;
  • het ontbreken van bepaalde interne diensten en het slechts ter beschikking zijn van één algemeen nummer voor bepaalde diensten in de contactenlijst die door DVZ ter beschikking wordt gesteld op haar website.

De rechtbank acht het op basis van deze argumenten voldoende bewezen dat de communicatie en bereikbaarheid van DVZ niet beantwoordt aan wat van een federale administratieve overheid redelijkerwijze mag verwacht worden. De beschikbare lijst met contactgegevens van DVZ, die eventueel zou kunnen volstaan als de daarop voorkomende telefoonnummers en e-mailadressen vlot en daadwerkelijk bereikbaar zouden zijn, is onvoldoende om advocaten in staat te stellen zaken naar behoren op te volgen en te begeleiden.

De rechtbank is wel van mening dat het volstaat om een volledige lijst van alle ambtenaren van DVZ, met hun graad en contactgegevens en in zoverre zij deel uitmaken van de centrale diensten en inhoudelijk of administratief werk verrichten met betrekking tot dossiers, ter beschikking te stellen aan de advocatuur. Een publicatie van deze lijst op de website van DVZ is niet vereist, aangezien het te verantwoorden is dat een meer gedetailleerde lijst ter beschikking wordt gesteld aan professionelen zoals advocaten dan aan het algemene publiek.

Geen misbruik van privésfeer ambtenaren DVZ

De kritiek van DVZ dat dit haar ambtenaren zou blootstellen aan misbruik in de privésfeer wordt door de rechtbank verworpen:

  • het gaat om louter professionele contactgegevens van de betrokkenen, die reeds op individuele basis in iedere uitgaande briefwisseling worden vermeld;
  • de goede werking van een overheidsdienst vereist volgens de rechtbank een minimum aan identificatie van de personen die voor die dienst werken;
  • het ter beschikking stellen van contactgegevens impliceert niet dat de betrokkenen ambtenaren voortdurend beschikbaar moeten zijn. Het staat DVZ vrij om redelijke praktische regelingen te treffen over bijvoorbeeld het tijdstip waarop bepaalde diensten of ambtenaren bereikbaar zijn.

Opvallende passage over dwangsom: heimwee naar constitutionele fair play in asiel en migratie

De geëiste symbolische schadevergoeding van één euro wordt door de rechtbank afgewezen omdat niet bewezen is dat enige schade geleden werd.

De vraag naar een dwangsom wordt wel ingewilligd. De motivering hiervoor is op zijn minst opmerkelijk te noemen. De rechtbank stelt met “een zekere heimwee” terug te kijken naar de tijd dat een rechterlijke uitspraak vrijwillig en te goeder trouw werd nageleefd. Uit de actualiteit blijkt dat “dergelijke constitutionele fair play” in het beleidsdomein van asiel en migratie tot het verleden behoort. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft er verder kennelijk bewust voor gekozen om de al bestaande praktijk op basis van de gelijkaardige veroordeling van 22 augustus 2011 stop te zetten.

De rechtbank concludeert dat de lijst met contactgegevens binnen de zeven dagen na betekening van het vonnis moeten worden overgemaakt en legt een dwangsom van 500 euro per dag vertraging op.