RvV hervormt beslissing tot intrekking van subsidiaire bescherming omwille van ernstig misdrijf

In arrest nummer 214.315 van 19 december 2018 verduidelijkt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) het begrip 'ernstig misdrijf' ingeval van uitsluiting van de subsidiaire beschermingsstatus. De RvV beslist dat het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) onterecht de subsidiaire beschermingsstatus introk van een Afghaanse man die in België veroordeeld was voor diefstal met geweld.

Feiten

Een Afghaanse man verkreeg in 2013 subsidiaire bescherming. In december 2016 wordt hij definitief veroordeeld door de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 8 maanden effectief, voor een diefstal met geweld, tijdens de nacht en in bende, en met gebruik van wapens. In april 2017 vraagt de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) het CGVS een intrekking van het beschermingsstatuut en een eventuele verwijderingsmaatregel te evalueren. Na gehoor, beslist het CGVS dat hij uitgesloten had moeten zijn omwille van een ernstig misdrijf en trekt de subsidiaire bescherming in. Volgens het CGVS mag hij echter niet direct of indirect worden teruggestuurd naar zijn herkomstregio, het district Qarghayi in de provincie Laghman.

Beoordeling RvV

De beslissing steunt op artikel 55/5/1, §2, 1° en §3 van de Verblijfswet (Vw), dat bepaalt dat het CGVS de subsidiaire bescherming intrekt van een vreemdeling die op basis van artikel 55/4 §1 Vw uitgesloten had moeten zijn van de subsidiaire beschermingsstatus. Wanneer de status ingetrokken wordt, adviseert het CGVS DVZ over de verenigbaarheid van een verwijderingsmaatregel met de artikelen 48/3 en 48/4 Vw.

Artikel 55/4 §1, c) Vw bepaalt dat een vreemdeling wordt uitgesloten van de subsidiaire beschermingsstatus wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd.

De memorie van toelichting verwijst voor de betekenis van 'ernstig misdrijf' naar het UNHCR-handboek. Dat wijst erop dat het begrip “misdrijf” in verschillende rechtsstelsels een andere betekenis heeft. Enkel doodslag of een ander feit waarop een zeer zware straf staat, komt in aanmerking volgens het UNHCR. Dus geen lichtere strafbare feiten waarop geen zware straffen staan, ook niet wanneer ze in het strafrecht van de staat als “misdrijf” omschreven zijn.

Volgens EASO kunnen één of meerdere van deze criteria de beoordeling vorm geven:

  • de aard van het feit, zoals de mate van geweld of het gebruik van een dodelijk wapen
  • de maximum- of opgelegde straf
  • de werkelijke schade voor het slachtoffer of de eigendom
  • de toegepaste procedureregels bij de vervolging, zoals de kwalificatie in het strafrecht.

Ook de omstandigheden van de feiten en de situatie van de dader spelen een rol om de ernst en de individuele verantwoordelijkheid van de betrokkene te beoordelen. Hij moet het misdrijf bewust gepleegd hebben of er op substantiële wijze aan bijgedragen hebben.

Uitsluiting is een uitzondering en moet restrictief worden toegepast.

De RvV stelt vast dat:

  • de werkelijk geleden materiële schade de diefstal is van een GSM en een Chanel-handtas van twee vrouwen, waarbij drie personen licht gekwetst geraakten en een vierde zeven dagen werkonbekwaam werd
  • bij het plegen van deze feiten de verzoekende partij in het gezelschap van een andere persoon was
  • het vonnis bepaalt dat, gelet op het blanco strafregister, de verzoekende partij nog in aanmerking komt voor een gedeeltelijke uitgestelde bestraffing
  • de verzoekende partij veroordeeld werd tot een effectieve gevangenisstraf van acht maanden en tot een geldboete van honderdvijftig euro, die wordt uitgesteld voor een termijn van drie jaar, uitgezonderd een effectieve geldboete van vierhonderdvijftig euro of een vervangende gevangenisstraf van vijfentwintig dagen.

Op basis van bovenstaande overwegingen en de concrete omstandigheden in deze zaak beslist de RvV dat de daden waarvoor de man veroordeeld is niet kunnen worden gekwalificeerd als ernstig misdrijf en dus niet kunnen leiden tot intrekking van de subsidiaire beschermingsstatus.

Er is verder niet aangetoond dat de veiligheidssituatie in de herkomstregio substantieel zou gewijzigd zijn. De RvV kent hem de subsidiaire bescherming toe.

Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen