Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 20.826 - 19-12-2008

Samenvatting

Uit deze bepalingen kan geenszins afgeleid worden dat de verlenging van de verblijfstitel van een vreemdeling die op grond van artikel 10 tot een verblijf werd toegelaten, afhankelijk kan gesteld worden van het feit of de vreemdeling zelf al dan niet het bewijs levert dat hij nog steeds de in deze wetsbepaling voorziene voorwaarden vervult, Het bestuur kan met andere woorden het verdere verblijf aan een vreemdeling weigeren indien het na controle kanaantonen dat een vreemdeling niet meer aan de initieel gestelde voorwaarden voldoet, doch kan niet stellen dat een vreemdeling geen recht op verblijf meer heeft. omdat hij zelf nagelaten heeft aan te tonen dat hij nog steeds voldoet aan de gestelde voorwaarden. Daargelaten de vraag of verzoeker al dan niet een 'bewijs van aansluiting ziekteverzekering voor het ganse gezin’ en een 'medisch attest' heeft overgemaakt aan de stad Antwerpen, wordt een foutieve toepassing van artikel 11 van de Vreemdelingenwet gemaakt in de mate dat het verblijfsrecht van verzoekster beëindigd wordt omdat zij geen bewijs van aansluiting ziekteverzekering voor het ganse gezin en geen medisch attest heeft overgemaakt. Het loutere gegeven dat een vreemdeling, die tot een verblijf werd toegelaten op grond van artikel 10 van de Vreemdelingenwet, zoals in casu, niet langer voldoet aan de voorwaarden (waaronder het beschikken over een voldoende huisvesting) die vervat zijn in dit artikel kan bijgevolg, gedurende de periode omschreven in artikel 11 § 2, tweede lid van de Vreemdelingenwet, aangegrepen worden door het bestuur om te beslissen dat de betrokken vreemdeling niet meer het recht heeft om in het Rijk te verblijven. Uit de memorie van toelichting blijkt echter dat "elke op basis van dit artikel genomen beslissing die een einde stelt aan het verblijf, rekening moet houden met de aard en de hechtheid van de familiebanden van de persoon. de duur van zijn verblijf in België en het bestaan van familiebanden.