Raad van State - 191.552 - 18-03-2009

Samenvatting

Verzoeker kan worden bijgetreden waar hij aanvoert dat hij niet de geldigheid van de huwelijksakte heeft willen betwisten, maar wel de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft willen doen nagaan of de Dienst Vreemdelingenzaken de wet, en meer in het bijzonder artikel I46bis BW, juist heeft toegepast. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verwijst ten onrechte naar artikel 27§1, derde lid W.I.P.R. dat bepaalt dat de rechtbank van eerste aanleg oordeelt over het beroep tegen de weigering van de geldigheid van een akte, en naar de in de artikelen 144-146 van de Grondwet vervatte bevoegdheidsregels om zich onbevoegd te verklaren en het middel onontvankelijk te bevinden.