Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27.580 - 19-05-2009

Samenvatting

De asielaanvraag werd afgewezen omdat verzoeker een aantal tegenstrijdige en incoherente verklaringen aflegde in de loop van zijn asielprocedure, wat de geloofwaardigheid van het voorgehouden asielrelaas aantast. Verzoekers relaas is echter op meerdere essentiële punten wel geloofwaardig. Er wordt niet getwijfeld aan verzoekers voorgehouden nationaliteit, enkel het asielrelaas wordt ongeloofwaardig bevonden door de Commissaris – Generaal en de Raad. Verzoeker heeft een uigesproken geografische en sociaal-etnische kennis van Somalië. In Somalië worden aanhoudende gevechten gevoerd tussen de gewapende strijdkrachten en rebellengroeperingen. De verschillende religieuze en etnische groeperingen kunnen aanzien worden als strijdende partijen die onder een verantwoordelijk bevel staan en een deel van het nationale grondgebied onder hun controle hebben. Volgens de UNHCR bestaat er bovendien voor vluchtelingen afkomstig uit het zuiden – en specifiek Mogadishu – of het centrum van Somalië geen intern vluchtalternatief. Verzoeker maakt aannemelijk aanspraak te kunnen maken op de toepassing van de bepalingen met betrekking tot de subsidiaire beschermingsstatus overeenkomstig art. 48/4 § 2c van de Vreemdelingenwet