Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30.819 - 31-08-2009

Samenvatting

Ongeacht of voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 10 VW inzake het stabiel karakter van de relatie tussen partijen conform artikel 11 van het KB van 17 mei 2007, kan de minister of diens gemachtigde beslissen dat er toch geen recht tot verblijf in het Rijk tot stand komt op grond van artikel 11, § 1, eerste lid, 4° VW. De voorwaarden hierin opgenomen zijn niet cumulatief en het volstaat zodoende vast te stellen dat het partnerschap uitsluitend werd afgesloten met het oog op een verblijfsvoordeel, zelfs indien hiervoor geen valse documenten of informatie werd gebruikt. De minister beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid om deze vaststelling te maken, terwijl het niet aan de Raad toekomt zijn beoordeling van de feiten in de plaats te stellen. In casu werd geen kennelijk onredelijke beoordeling van de feiten gemaakt, waarbij opgemerkt wordt dat men zich niet moet beperken tot de feiten tijdens het laatste jaar voorafgaand aan de aanvraag, vermits in het vermelde artikel geen bepaalde termijn wordt vermeld