Samenvatting
De machtiging tot verblijf waarvan verzoekers de verlenging aanvroegen werd ingediend op basis van artikel 9, lid 3 van de Vreemdelingenwet. Het kwam aan verwerende partij toe om rekening te houden met de wettelijke beschikkingen inzake en ofwel vaststellen dat de tijdelijke machtiging tot verblijf permanent diende te worden, ofwel in de motivering van de beslissing een geldig motief aangeven waarom dit niet werd toegestaan. De Raad stelt een schending vast van artikel 62 VW en artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijk motivering van bestuurshandelingen