Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 45.618 - 29-06-2010

Samenvatting

Het motief van de bestreden beslissing met betrekking tot het gevolgde onderwijs van verzoekster lijkt tegenstrijdig te zijn doordat het enerzijds stelt dat kan aanvaard worden dat de onderbreking van een schooljaar een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel vormt, maar anderzijds dit element weigert te erkennen als een buitengewone omstandigheid. Bovendien blijkt nergens uit de motivering van de bestreden beslissing dat rekening gehouden werd met het hoger belang van het kind, zoals nochtans uitdrukkelijk vereist wordt door artikel 12bis §7 Vw. Door te overwegen dat de situatie volledig te wijten is aan het gedrag van verzoekster en dat om die reden het verblijf niet kan geregulariseerd worden, voegt de verweerder een voorwaarde toe aan de wet die niet voorzien is in artikel 12bis §1 Verblijfswet, die daarentegen juist een ruime appreciatiebevoegdheid toekent aan de minister.