Samenvatting
Een vreemdeling die een dringend beroep heeft ingesteld tegen een bevel om het land te verlaten en die ingevolge de schorsing van dit bevel over een bijzonder verblijfsdocument beschikt, is toegelaten voorlopig in het land te verblijven en zijn hoofdverblijf in België gedekt is door een wettelijk verblijf. Door de nationaliteitsverklaring van de eiser te verwerpen op grond dat zijn hoofdverblijf in België niet aan de grondvoorwaarde van een wettelijk verblijf van zeven jaar voldeed, nu zijn verblijf slechts op 23 augustus 2001 werd geregulariseerd en slechts vanaf dan als een wettelijk verblijf kan aangezien worden, miskent het arrest het begrip wettelijk verblijf en schendt het artikel 12bis, §1, 3°, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, zoals te dezen van toepassing.