Samenvatting
Verzoekers voerden eerder twee asielprocedures, waarbij in de laatste procedure geoordeeld werd dat er geen geloof kon gehecht worden aan de verklaring dat men teruggekeerd was naar het land van herkomst, zoals bevestigd in beroep door de RvV. In de latere aanvraag tot machtiging van verblijf op grond van artikel 9,3 Vw wordt evenwel geoordeeld dat de vrees voor represailles in het thuisland geen buitengewone omstandigheid uitmaken daar verzoekers reeds teruggekeerd zijn naar hun land van herkomst zoals door hen verklaard werd in hun tweede asielaanvraag. Verweerster heeft dan ook een appreciatiefout gemaakt in haar motivering door geen rekening te houden met het arrest van de RvV zodat de beslissing vernietigd wordt.