Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 33.720 - 3-11-2009

Samenvatting

Indien de collectieve misdrijven van de RSU/PWG tegen de burgerbevolking kunnen worden gezien als zware misdrijven tegen de menselijkheid (artikel 1F a) dan zijn ze minstens ernstige, niet-politieke misdrijven in de zin van artikel 1F b van de Vluchtelingenconventie. Immers artikel 12 van de EU Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 kwalificeert een ernstig, niet-politiek misdrijf als een bijzonder wrede handeling, zelfs indien zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, zoals in casu binnen een Maoïstische beweging. Het valt niet te betwisten dat ontvoering, marteling, verminking, moord, bomaanslagen en standrechtelijke executie tegen de burgerbevolking hiertoe behoren. Het feit dat in grote mate de Indiase politiediensten, veiligheidsdiensten of het leger wordt geviseerd, doet hieraan geen afbreuk. Verzoeker moet dan ook worden uitgesloten van de Vluchtelingenstatus in de zin van artikel 1, F a en b van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951. Verzoeker dient tevens uitgesloten te worden van de subsidiaire bescherming zoals bepaald in artikel 48/4 Vreemdelingenwet.