Samenvatting
Een annulatieberoep werd ingesteld tegen een beslissing van de DVZ om een F-kaart die werd afgegeven aan de Marokkaanse echtgenote van een Belg nadat zij met een visum type D naar België was gekomen, vervallen te verklaren. De DVZ motiveerde deze beslissing op grond van het feit dat de Belg volgens een advies van de Procureur des Konings op het moment van het betwiste huwelijk nog getrouwd was met zijn eerste echtgenote aangezien dit huwelijk ontbonden was door een verstoting die in België niet erkend kan worden. Bovendien argumenteerde de DVZ dat er sprake was van wetsontduiking hetgeen een geval is van manifeste fraude. De Raad oordeelt dat het niet ter discussie staat dat hij niet de rechtsmacht heeft zich uit te spreken over de geldigheid van de niet-erkenning van de huwelijksakte. Echter, de Raad merkt op dat verzoekster niet louter de beslissing om haar huwelijk met een Belgische man te erkennen betwist, maar dat de DVZ zijn standpunt met betrekking tot haar verblijf plots herzag. Wanneer de DVZ een visum type D toekent aan de Marokkaanse echtgenote van een Belg, na een huwelijk in Marokko, aanvaardt hij dat de voorwaarden voor gezinshereniging van artikel 40 en volgende Vw. vervuld zijn. Dit houdt tevens in dat de DVZ het buitenlandse huwelijk erkend heeft en de F-kaart die aan de echtgenote werd afgeleverd niet vervallen mag verklaren op grond van een advies van de Procureur des Konings dat stelt dat het buitenlandse huwelijk niet erkend kan worden. Bovendien maakte de DVZ op geen enkele manier aannemelijk dat er sprake was van fraude. Bijgevolg vernietigt de Raad de beslissing waarbij de F-kaart zonder voorwerp werd verklaard.