Samenvatting
Op het ogenblik van de indiening van de aanvraag op grond van artikel 10 Vw was verzoekster niet in een Andre hoedanigheid toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk en voldeed zij dus niet aan de voorwaarden gesteld in artikel 12bis, §1, tweede lid, 1° of 2° Vw. Bovendien voert zij niet aan dat zij uitzonderlijke omstandigheden zou hebben ingeroepen die haar verhinderen terug te keren naar haar land om aldaar een visum aan te vragen. Bij een eventuele vernietiging van de bestreden beslissingen, zal de ambtenaar opnieuw dezelfde beslissing nemen na vaststelling dat er geen geldig binnenkomstvisum is en geen uitzonderlijke omstandigheden werden ingeroepen, daar verweerders enkel beschikken over een gebonden bevoegdheid in deze. Een eventuele vernietiging kan aan verzoekster geen nut opleveren. Het beroep tot nietigverklaring is onontvankelijk.