Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23.894 - 27-02-2009

Samenvatting

De bestreden beslissing is gesteund op het gegeven dat geen bewijs van onvermogen werd voorgelegd. Uit het administratief dossier blijkt evenwel dat de stad Aalst heeft aangegeven dat er ‘verklaringen onvermogen’ werden overgemaakt. Onder meer is er een verklaring van een wijkhoofd in Turkije en een document met als vertaalde hoofding ‘uittreksel uit het bevolkingsregister, bewijs van onvermogen’. Nu de stad Aalst meermaals bevestigde dat documenten werden overgemaakt die als bewijs van onvermogen beschouwd worden, is er een schending van de materiële motiveringsplicht dat er geen bewijs zou voorgelegd zijn, niettegenstaande de gemachtigde van de minister wel beschikt over een discretionaire bevoegdheid om de ingediende documenten te beoordelen. Het bewijs aangaande het vervullen van de voorwaarden tot vestiging is vrij, nu er nergens in de wet wordt gesteld welke attesten dienen te worden neergelegd om de onvermogendheid aan te tonen. De beslissing wordt vernietigd.