Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30.626 - 26-08-2009

Samenvatting

Het bureau ‘Minderjarigen’ van DVZ beschikt wel degelijk over de bevoegdheid een duurzame oplossing te vinden voor de niet begeleide minderjarige vreemdeling, en is niet beperkt tot het louter acteren van de oplossing zoals aangebracht door de voogd. Bij de beoordeling over de terugkeer naar het land van herkomst, wordt de aanwezigheid van adequate opvang en verzorging aanzien als een modaliteit van de terugkeer, eerder dan als een onderdeel van de duurzame oplossing. De beslissing tot terugkeer naar het land en gezin van herkomst, staat niet gelijk met een effectieve terugzending van de minderjarige, daar een bevel tot terugbrenging geen eindpunt vormt, doch een verlenging kan aangevraagd worden teneinde de emigratie voor te bereiden en te werken aan de garanties op adequate opvang en verzorging. Artikel 8 EVRM houdt geen absoluut recht op eerbiediging van het gezinsleven in en houdt aldus niet de verplichting in om de verblijfplaats van de NBMV, gekozen door zijn voogd, en het aldaar ontwikkelde gezinsleven te respecteren, indien de hereniging met de ouder in het land van herkomst mogelijk is. Er is geen sprake van een foutieve belangenafweging of appreciatiefout en het beroep wordt verworpen.