Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 44.239 - 28-05-2010

Samenvatting

De Raad stelt vast dat geen enkel motief van de bestreden beslissing uitlegt op welke manier het frauduleuze of onwettige gedrag van doorslaggevend belang is geweest voor het bekomen van de machtiging tot verblijf door de verzoeker. Meerbepaald laat de motivering van de beslissing niet toe te weten waarom de asielprocedure van doorslaggevend belang was voor de toekenning van de machtiging tot verblijf, noch waarom de identiteit van verzoeker van doorslaggevend belang was. De eenvoudige vermelding dat “betrokkene doelbewust de Belgische autoriteiten misleid heeft door het gebruik van een valse identiteit met als enige bedoeling een machtiging tot verblijf te bekomen”, wordt niet voldoende verduidelijkt in de motivering van de beslissing. De Raad kan niet anders dan vast te stellen dat, doordat het oorzakelijk verband niet volledig werd vastgesteld, de beslissing de artikelen 13 en 62 Vw., schendt.