Raad van State - 206.434 - 6-07-2010

Samenvatting

Hetgeen de verzoekende partij een "reglement" van de dienst Vreemdelingenzaken te Antwerpen noemt, blijkt in wezen slechts de in een folder opgenomen handelwijze of gedragslijn te zijn die door de verwerende partij bij het indienen van een verblijfsaanvraag wordt gevolgd. Dergelijke maatregel beoogt de goede werking van de dienst, doch is zonder verder bindend karakter en schept geen rechtsgevolgen voor de rechtsonderhorigen. Het betreft geen handeling die vatbaar is voor nietigverklaring, en derhalve evenmin voor schorsing van de tenuitvoerlegging. Deze vaststelling volstaat voor de verwerping van de vordering, daargelaten de vraag of de verzoekende partij in wezen niet poogt de bescherming van een subjectief recht af te dwingen.