Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 41.167 - 31-03-2010

Samenvatting

Wanneer de minister of zijn gemachtigde toepassing maakt van artikel 9ter §4 Vreemdelingenwet, omdat er ernstige motieven bestaan dat betrokkene zich schuldig gemaakt heeft aan een ernstig misdrijf in de zin van artikel 55/4 Vreemdelingenwet, dient hij zich niet voorafgaandelijk uit te spreken over de ingeroepen medische en andere elementen, aangehaald in de aanvraag voor een machtiging tot verblijf. Een onderzoek van die elementen is immers overbodig gezien de overheid hoe dan ook al beslist heeft om de aanvraag op basis van medische redenen niet te onderzoeken en betrokkene uit te sluiten. Wat betreft de aangehaalde schending van artikel 3 en 8 EVRM moet vastgesteld worden dat de bestreden beslissing niet gepaard gaat met een verwijderingsbeslissing waardoor het ingeroepen risico op schending van die artikels niet pertinent is.