Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 33.230 - 27-10-2009

Samenvatting

Om ontvankelijk te zijn moet het beroep gericht zijn tegen een uitvoerbare beslissing. Als uitvoerbare beslissing dient te worden beschouwd de handeling waarbij rechtsgevolgen in het leven worden geroepen of worden belet tot stand te komen, met andere woorden waarbij wijzigingen in een bestaande rechtstoestand worden aangebracht, dan wel zodanige wijzigingen worden belet. Als verzoekers tijdelijk verblijf al dan niet verlengd wordt, is dit een wijziging in zijn rechtstoestand. De bestreden beslissing betreft echter geen definitieve beslissing in dit verband, maar een correspondentie tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en verzoekers raadsman, waarin meegedeeld wordt dat verzoeker moet voldoen aan alle voorwaarden opdat zijn tijdelijke verblijfsvergunning zou verlengd worden en waarin verzoeker wordt aangespoord om een paspoort aan te vragen. Deze mededeling waarbij inlichtingen worden verstrekt kan niet beschouwd worden als een uitvoerbare administratieve rechtshandeling. Uit de stukken van het dossier blijkt dat het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister van verzoeker geldig was van 30 juni 2008 tot 30 juni 2009. Rond deze laatste datum wordt beslist tot een verlenging of niet-verlenging. In het kader van het onderzoek naar het voldaan zijn aan de voorwaarden die aan verzoeker werden meegedeeld, is er correspondentie ontstaan tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en verzoekers raadsman. Op 26 mei 2009 herhaalde de Dienst Vreemdelingenzaken dat verzoeker moet voldoen aan alle op 30 juni 2008 meegedeelde voorwaarden en spoort hem aan om een aanvraag te doen om een paspoort te verkrijgen. Hieruit blijkt dat deze mededeling een louter voorbereidende handeling is zonder onmiddellijke nadelige gevolgen. Verzoekers reeds toegestane BIVR was op dat moment nog minstens een maand geldig. Deze handeling kan dus niet met een afzonderlijk beroep tot nietigverklaring worden bestreden, zodat het beroep niet ontvankelijk is.