Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 41.236 - 31-03-2010

Samenvatting

De verwerende partij wist, op het moment van de erkenning van verzoekster als vluchteling, dat zij enkel feiten inriep die haar familieleden overkomen waren zonder dat zij hier zelf persoonlijk bij betrokken was. Zij heeft ook eerlijk te kennen gegeven dat zij niet op de hoogte was van de verschillende arrestaties van haar echtgenoot. Uit het verhoorverslag blijkt tevens dat zij gescheiden leefde van haar man. Verwerende partij kan nu moeilijk tegenstrijdigheden op dit punt verwijten aan verzoekster. De Raad herinnert er tevens aan dat artikel 57/6 § 1, 7° Vw. niet toegepast kan worden wanneer de betrokken persoon de voorwaarden vervult om erkend te worden als vluchteling. In de huidige zaak is dat het geval aangezien verzoekster minstens gedeeltelijk haar vrees linkt aan die van haar man en haar man door de Raad erkend werd als vluchteling.