Samenvatting
De Raad herinnert eraan dat artikel 40bis, § 2 van de Vreemdelingenwet de voorwaarde omvat dat de vreemdeling, die gezinshereniging aanvraagt, de burger van de unie begeleidt of zich voegt bij deze. De Raad wijst erop dat deze voorwaarde geen effectieve en duurzame samenwoning inhoudt, zoals vereist in artikel 10, eerste alinea, 4° van de Vreemdelingenwet, maar minimale echtelijke relaties inhoudt die moeten blijken uit de feiten. De Raad stelt vast dat het politieverslag zich beperkt tot de vaststelling dat de vrouw de woning met begeleiding van de politie heeft verlaten na een woordenwisseling met haar man. De Raad is van oordeel dat de toegewezen taak, zijnde het controleren van gezamenlijke vestiging tussen het koppel, door de politie niet is volbracht. Hierdoor maakt verwerende partij zich schuldig aan een manifeste beoordelingsfout.