Samenvatting
Verwerende partij valt dus over hel feit dat verzoeker tijdens de woonstcontrole niet zijn origineel paspoort kon voorleggen doch enkel zijn rijbewijs. maar uit de in punt 2.4. vermelde reglementering blijkt niet dat dit een grond is voor het onontvankelijk verklaren van een aanvraag om verblijfsmachtiging. De bestreden beslissing verwijst naar een omzendbrief van 21 juni 2007 maar de Raad leest in deze omzendbrief die de verwerende partij citeert in haar nota met opmerkingen dat Indien de originele identiteitsdocumenten niet kunnen getoond worden bij de woonstcontrole, de woonstcontrole geacht wordt negatief te zijn. De Raad leest echter nergens in de bestreden beslissing dat de woonstcontrole negatief is. Alleszins kan een omzendbrief in geen geval afbreuk doen aan de in punt 2.4. vermelde reglementering. Te dezen kan ook nog dienstig verwezen worden naar het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 193/2009 van 26 november 2009. Uit dat arrest blijkt dat "elk document waarvan de waarachtigheid niet ter discussie kan worden gesteld" kan neergelegd worden ter ondersteuning van een aanvraag om verblijfsmachtiging om medische redenen. De Raad ziet dan ook net zomin als verzoeker in op welke grond een aanvraag om verblijfsmachtiging onontvankelijk kan verklaard worden indien conform artikel 7 §1 van het koninklijk besluit van 17 mei 2007 eerst een kopie van een paspoort wordt gevoegd bij deze aanvraag en later bij een woonstcontrole die op initiatief van de wijkpolitie plaatsgrijpt, een origineel rijbewijs wordt overgelegd. Dit klemt des te meer aangezien in de bestreden beslissing niet betwist wordt dat het rijbewijs dezelfde persoon betreft als de persoon op wie de kopie van het paspoort betrekking heeft en evenmin betwist wordt dat een rijbewijs een document is “waarvan de waarachtigheid niet ter discussie kan worden gesteld." Verwerende partij betoogt weliswaar in haar nota dat dit rijbewijs geen document is in de zin van artikel 9ter van de Vreemdelingenwet en "van