Samenvatting
De wet van 30 december 2009 wijzigde een aantal artikelen van de wet van 12 januari 2007 (verder: Opvangwet). De verzoekende partijen stellen dat artikel 4, tweede lid Opvangwet artikel 23 Gw., al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10, 11 en 191 Gw, schendt. Die bepaling biedt FEDASIL de mogelijkheid om materiële hulp, met uitzondering van het recht op medische begeleiding, te ontzeggen aan de vreemdeling die een derde asielaanvraag en elke volgende asielaanvraag indient, en dit zolang het dossier door de DVZ niet is doorgestuurd naar het CGVS. In zoverre een schending van artikel 191 Gw. wordt aangevoerd is het middel onontvankelijk. Dat artikel kan enkel worden geschonden door een bepaling die een verschil in behandeling instelt tussen Belgen en vreemdelingen en niet door een bepaling die een verschil in behandeling tussen categorieën van vreemdelingen invoert. Voor de bestreden wetswijziging had het niet-respecteren door de asielzoeker van zijn procedurele verplichtingen in het kader van zijn asielprocedure volgens artikel 4 Opvangwet geen invloed op zijn recht op materiële hulp op grond van artikel 6 Opvangwet. Artikel 23, eerste lid Gw. vereist niet dat de rechten door de wetgever voor iedereen op dezelfde manier moeten gewaarborgd worden. De rechten kunnen voor sommige categorieën van personen worden beperkt en gemoduleerd als er voor het verschil in behandeling een redelijke verantwoording bestaat. Vreemdelingen, naargelang zij een eerste dan wel tweede asielaanvraag indienen, bevinden zich in een wezenlijk verschillende situatie. Artikelen 10 en 11 Gw. verzetten zich er niet tegen dat het recht op sociale bijstand tijdens het onderzoek van de beroepen met betrekking tot de tweede aanvraag niet op dezelfde wijze wordt gewaarborgd als tijdens de behandeling van de eerste aanvraag. De wetgever streeft een legitieme doelstelling na, indien hij maatregelen neemt die beogen misbruik door de indiening van opeenvolgende asielaanvragen tegen te gaan. De g