Raad van State - 212.495 - 6-04-2011

Samenvatting

De regels met betrekking tot het ongedaan maken van administratieve handelingen zijn van openbare orde. Het middel is ontvankelijk. De intrekking van een handeling die rechten creëert, zoals een machtiging tot verblijf op het grondgebied, is ten allen tijde toegelaten in het bijzonder wanneer blijkt dat de betrokken deze machtiging bekomen heeft middels frauduleuze praktijken of als een wettelijke bepaling dit expliciet voorziet. Zo’n bepaling komt is voorhanden in artikel 18, § 2 Vw. De verwerende partij was in België gevestigd wanneer er over zijn verwijdering beslist werd. De minister of zijn gemachtigde kan in de zin van artikel 18, § 2 Vw., zoals het van toepassing was, beslissen dat de vreemdeling die gemachtigd was zich te vestigen op basis van artikel 14 Vw. niet meer het recht heeft om in België te verblijven wanneer die vreemdeling valse of misleidende informatie of valse of vervalste documenten heeft gebruikt of fraude of andere onwettige middelen heeft gebruikt om een machtiging tot verblijf te krijgen. Het bevel om het grondgebied te verlaten materialiseert deze beslissing en maakt een impliciete maar zeker intrekking van de machtiging tot verblijf uit. Door een extra beslissing te eisen doet de administratieve rechter een toevoeging aan de wet. Het middel is gegrond en volstaat om het bestreden arrest te vernietigen.