Samenvatting
De bestreden beslissing stelt niet meer dan “maar uit dit contract kan niet uitgemaakt worden wanneer dit werd opgesteld”, zonder dat daaraan enig gevolg wordt verbonden ten aanzien van de beoordeling van de voorwaarden zoals voorzien in de instructie. Het argument van de verwerende partij in haar nota, dat het contract niet gedateerd is en dat dit element essentieel is omdat eruit moet blijken wanneer de overeenkomst tot stand is gekomen en wanneer ze een aanvang neemt, vormt een a-posteriorimotivering die geen afbreuk doet aan de hiervoor gedane vaststelling. Dit klemt des te meer nu het vervolg van de uitgebreide passus met betrekking tot het voorgelegde arbeidscontract zich volledig toespitst op de voorwaarde tot het bijvoegen van een modelarbeidscontract. Het feit dat enkel en alleen wordt vastgesteld dat niet kan worden opgemaakt wanneer het contract is opgesteld, zonder dat daaraan een conclusie wordt verbonden, noodzaakt de Raad ertoe te oordelen dat het niet gaat om een determinerend motief in de bestreden beslissing, doch om een overtollige vaststelling die op geen enkele wijze bepalend is geweest voor het beoordelen van het betrokken stuk. Het feit dat de verwerende partij thans wil doen geloven dat dat anders is, doet hieraan geen afbreuk. De Raad beschouwt hier het motief inzake het niet voorgelegd zijn van het modelarbeidscontract als determinerend voor de beoordeling van het voldaan zijn van het criterium 2.8.B. In de beleidsrichtlijn van de staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid is geen sprake van een ‘model-arbeidscontract’, doch slechts van een ‘arbeidscontract bij een bepaalde werkgever’ dat betrekking heeft op een tewerkstelling van ten minste één jaar of van onbepaalde duur en dat ‘minimaal voorziet in een inkomen equivalent aan het minimumloon’. Wat de bepaling van het vademecum betreft, namelijk ‘bij de regularisatieaanvraag of bij de actualisering van de hangende aanvraag een kopie van het behoorlijk ingevulde modelarbeidscontract voegen’, moet gemeld worden dat deze vermelding recent werd herroepen op het opvolgingscomité regularisatie. Het modelcontract dient enkel voor de aanvraag van een arbeidskaart B, na toekenning van een voorwaardelijke regularisatie volgens het criterium 2.8.B. In de mate dat in het vademecum een andere bepaling is opgenomen, wordt niet aannemelijk gemaakt hoe bepalingen uit een vademecum tot gevolg zouden kunnen hebben dat de beleidsrichtlijnen die door de bevoegde staatssecretaris werden uitgevaardigd in casu niet van toepassing zouden zijn of hoe, zonder het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel te schenden, de verwerende partij zou kunnen afwijken van de door de bevoegde staatssecretaris publiek gemaakte beleidsregels inzake de toepassing van zijn discretionaire bevoegdheid. Het KB van 7 oktober 2009 houdende bijzondere bepalingen met betrekking tot de tewerkstelling van sommige categorieën van buitenlandse werknemers stipuleert dat “wordt herhaald dat om in aanmerking te kunnen komen voor punt 2.8.B van de instructies een model-arbeidscontract dient voorgelegd te worden: (…) één of meerdere arbeidsovereenkomsten, opgesteld volgens het model als bijlage gevoegd bij dit besluit.” Voormeld KB bepaalt evenwel slechts in welke gevallen een arbeidsvergunning kan toegekend worden voor de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer en omvat geen enkele bepaling omtrent het al dan niet inwilligen van een aanvraag om machtiging tot verblijf die door een vreemdeling werd ingediend. Verder zijn deze bepalingen gericht tot het bestuur dat bevoegd is voor het afleveren van de arbeidsvergunning. Het is de verwerende partij niet toegestaan om, in het kader van een aanvraag als de onderhavige, te anticiperen op beslissingen die door andere besturen moeten worden genomen. Een schending van de materiële motiveringsplicht is aangetoond. De stelling, onder verwijzing naar het vademecum en het KB van 7 oktober 2009, dat om in aanmerking te kunnen worden genomen, het voor te leggen arbeidscontract een model-arbeidscontract moet zijn, is dan ook kennelijk onredelijk. Beide bestreden beslissingen worden vernietigd.