Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 69.909 - 16-11-2011

Samenvatting

De bestreden beslissing moet getoetst worden aan de wettelijke bepalingen zoals die golden op het ogenblik van het nemen van de beslissing op 24 maart 2009. Het gaat om de gezinshereniging met een Belg. De verzoeker heeft sinds de inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke bepalingen op 22 september 2011 nog steeds een belang bij het huidige beroep. Voor de echtgenoot van een Belg die meer dan 21 jaar oud is, is nog steeds gezinshereniging mogelijk. De verzoeker is 32 jaar oud. De burgers van de Unie en hun familieleden en de bepaalde familieleden van een Belg uit Titel II, hoofstuk I Vw. zijn vreemdelingen zoals omschreven in artikel 10, § 1, 1° Vw. In de mate dat er in Titel II geen afbreuk aan wordt gedaan, blijven de bepalingen van Titel I van toepassing op de drie categorieën van vreemdelingen die bedoeld worden in de hoofdstukken 1, 2 en 3 van Titel II. Op het ogenblik van het nemen van de beslissing was geen termijn bepaald waarbinnen de gemachtigde van de minister van Migratie- en asielbeleid een beslissing moest nemen over een aanvraag tot afgifte van een visum type D die werd ingediend door een vreemdeling die verklaart de echtgenoot te zijn van een Belg. Derhalve gold de in artikel 12bis, §2, derde lid Vw. bepaalde vervaltermijn van negen maanden. De beslissing werd in casu genomen één jaar en één maand na het indienen van de aanvraag. Uit het dossier blijkt niet dat er een gemotiveerde beslissing tot verlenging van de termijn werd ter kennis gebracht zoals bepaald in artikel 12bis, § 2, vierde lid Vw. Zodoende moest overeenkomstig artikel 12bis, § 2, vijfde lid Vw. een toelating tot verblijf worden verstrekt. In arrest nr. 128/2010 van 4 november 2011 stelde het Grondwettelijk Hof dat vermits de wetgever in de artikelen 40 tot 47 Vw. geen behandelingstermijn voor een visumaanvraag in het buitenland heeft voorzien de algemene regeling van artikel 12bis, § 2, derde tot vijfde lid Vw. van toepassing is.