Samenvatting
Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist niet dat tot in het oneindige formaliteitseisen worden gesteld. Als in het standaard medisch getuigschrift wordt verwezen naar bijlagen, moeten deze bijlagen op hun inhoud worden gecontroleerd. Door te verwijzen naar bijlagen in het standaard medisch getuigschrift gaan deze bijlagen deel uitmaken van dit getuigschrift waar ze één en ondeelbaar mee worden. De Raad wijst erop dat de verwerende partij geenszins rekening heeft gehouden met de aangevoerde attesten, daar zij stelt dat ‘het standaard medisch getuigschrift dd 02/12/2011 geen enkele uitspraak omtrent de graad van ernst van de ziekte toont’. De Raad stelt vast dat het medisch attest volledig voldoet aan het model zoals voorgeschreven door het KB van 24 januari 2011 en beantwoordt aan de ratio legis van artikel 9ter Vw. Het attest vermeldt de ziekte, haar graad van ernst en de noodzakelijk geachte behandeling. Dat de noodzakelijk geachte informatie zich in een bijlage bij het standaard medisch attest bevindt, doet hier geen afbreuk aan. De Raad merkt op dat het medische getuigschrift uiteraard bestemd is voor de ambtenaar geneesheer zoals uitdrukkelijk in artikel 9ter Vw. bepaald is. Schending van het zorgvuldigheidsbeginsel wordt aangetoond daar de verwerende partij geen rekening heeft gehouden met de medische gegevens opgenomen in een bijlage en waarnaar uitdrukkelijk werd verwezen in het standaard medische getuigschrift. De bestreden beslissing waarbij de 9ter-aanvraag onontvankelijk wordt verklaard, wordt vernietigd.