Samenvatting
De bestreden beslissing heeft als gevolg dat de verzoekster verwijderd blijft van België en van haar echtgenoot en kinderen. De argumenten aangehaald in het verzoek tonen voldoende aan dat de verzoeker nauwkeurig handelde en dat het via de gewone procedure tot schorsing niet mogelijk zou zijn om efficiënt de imminentie van het gevaar te voorkomen. Op zich lijkt het middel serieus en vatbaar om de vernietiging van de bestreden beslissing te rechtvaardigen. Anderzijds en ten overvloedige titel, lijkt het niet dat de Vreemdelingenwet een voorwaarde van voldoende bestaansmiddelen in hoofde van de echtgenoot van de verzoekster voorziet om te kunnen genieten van de gezinshereniging. Inderdaad, zelfs indien artikel 10 Vw. het heeft over een partner van een vreemdeling met een onbeperkt verblijfrecht en in dit geval de echtgenoot van de verzoekster subsidiaire bescherming heeft en dus maar een verblijfsrecht voor tijdelijke duur, lijkt deze bepaling toch toepasbaar op de verzoekster. Zij voorziet immers verschillende uitzonderingen voor subsidiair beschermden met betrekking tot de voorwaarden voor gezinshereniging. Uit de bewoordingen van artikel 10, § 2, vijfde lid Vw. lijkt het dat de uitzondering noodzakelijkerwijs toepasbaar is op de personen met subsidiaire bescherming die maar een tijdelijk verblijfsrecht hebben. Gezien de overwegingen met betrekking tot de situatie in Syrië zoals beschreven en rekening houdend met de ernst van de problemen, moet men besluiten dat het risico uiteengezet door de verzoekende partij voldoende consistent en waarschijnlijk is. Er wordt dus voldaan aan de voorwaarden van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Uit de bijgevoegde stukken blijkt dat de verzoekster zich in een situatie bevindt waarin vaststaat dat zij het risico loopt om behandelingen in strijd met artikel 3 EVRM te ondergaan. Het lijkt op het eerste gezicht en in de situatie van de uiterst dringende noodzakelijkheid weinig waarschijnlijk dat aan een arrest dat de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid gevolg kan gegeven worden binnen een voldoende korte termijn om het reële, nuttige effect te behouden. De Raad kan de verwerende partij niet dwingen een positieve beslissing te nemen in de mate dat dit tussen zou komen in de discretionaire bevoegdheid van deze partij. Niets verzet er zich tegen dat de verwerende partij verplicht wordt om een beslissing te nemen binnen een termijn bepaald in functie van de omstandigheden. De wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen voorziet niet in de mogelijkheid om boetes op te leggen in het kader van de beroepsprocedure. Dergelijke bevoegdheid moet expliciet in de wet voorzien zijn. Dit verzoek is niet ontvankelijk. De uitvoering van de bestreden beslissing wordt geschorst. De verwerende partij moet een nieuwe beslissing nemen met betrekking tot de visumaanvraag binnen de vijf werkdagen na kennisgeving van dit arrest. Dit arrrest is uitvoerbaar bij voorraad.