Raad van State - 207.910 - 5-10-2010

Samenvatting

Enkel op voorleggen van een identiteitsdocument, een paspoort of een reisdocument kan in buitengewone omstandigheden een machtiging tot verblijf worden gegeven. Het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (bovendien vervallen) is op geen enkele manier een bewijs van identiteit in de zin van artikel 9bis Vw. Het is een eenvoudige verblijfstitel die hoe dan ook niet toelaat om met zekerheid de identiteit van de houder vast te stellen. Dit document herneemt, op basis van de verklaringen van de houder, alleen de verschillende namen die deze voorhoudt gedragen te hebben sinds zijn aankomst in het land. De rechter heeft de draagwijdte van artikel 9bis Vw. miskent. De RvV miskende ook de draagwijdte van de Wet Motivering Bestuurshandelingen en artikel 62 Vw. De overheid heeft in de bestreden beslissing, in tegenstelling tot wat de rechter beweert, duidelijk uitgelegd dat de aanvraag om machtiging tot verblijf geen identiteitsdocument in de zin van artikel 9bis Vw. bevat, noch een motivering die zou toelaten om de aanvrager vrij te stellen dergelijk document voor te leggen. Het middel is gegrond. Het arrest wordt vernietigd.