Samenvatting
De aanvrager van een verblijfsmachtiging om medische redenen bij zijn aanvraag zijn identiteit dient aan te tonen door middel van een identiteitsdocument of een bewijselement dat voldoet aan de voorwaarden opgesomd in artikel 9ter, §2 Vw. De eerste verzoekende partij heeft bij de aanvraag van 11 april 2011 haar paspoort toegevoegd, dat tot en met 1 maart 2010 geldig was. De verwerende partij verklaart deze aanvraag onontvankelijk. Ze meent dat een vervallen paspoort de actuele nationaliteit van de eerste verzoekende partij niet aantoont. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt duidelijk dat ook een oud paspoort in het kader van artikel 9ter Vw. ingediend kan worden. Artikel 9ter, §2, eerste lid, 1° Vw. geeft aan dat het bewijs van identiteit ook op de nationaliteit van de aanvrager betrekking moet hebben. Te dezen stelt zich de vraag of een verstreken paspoort een bewijs van identiteit en nationaliteit kan vormen. Een paspoort van een bestaande staat waarvan de geldigheidsduur verstreken is blijft het bewijs van identiteit vormen en blijft in principe ook het bewijs vormen van nationaliteit. In casu dient de eerste verzoekende partij een paspoort met verstreken geldigheidsduur in van een bestaande staat. Uit de bestreden beslissing blijkt niet dat de verwerende partij elementen aanhaalt om aan te tonen dat dit niet meer de huidige nationaliteit van de verzoekende partij zou zijn. Ook in het administratief dossier zijn er geen aanwijzingen voorhanden waaruit zou blijken dat de verzoekende partij niet (meer) de Armeense nationaliteit zou bezitten. Door de aanvraag onontvankelijk te verklaren, louter omdat een paspoort met een verstreken geldigheidsduur van een bestaande staat werd voorgelegd, zonder de nationaliteit van de verzoekende partij op zich in twijfel te trekken, schendt de verwerende partij artikel 9ter Vw. De bestreden beslissing wordt vernietigd.