Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 77.480 - 19-03-2012

Samenvatting

Dat verzoekers naar algemene rapporten en verslagen van Amnesty International verwijzen, maakt niet dat de aanvraag zonder meer ongegrond dient te worden verklaard. Bij het nemen van de bestreden beslissing werd wel degelijk rekening gehouden met de situatie van Roma-zigeuners in Kosovo. Hierover wordt gemotiveerd in de bestreden beslissing. Uit het advies van de ambtenaar-geneesheer blijkt duidelijk dat de gezondheidsproblemen die werden aangehaald door de verzoekers geen actuele aandoeningen uitmaken die een reëel risico inhouden voor het leven of de fysieke integriteit. De behandeling en opvolging is immers beschikbaar en toegankelijk in Armenië (sic). De ambtenaar-geneesheer adviseert dat er geen medische bezwaren zijn voor een terugkeer naar Armenië (sic). Het is niet kennelijk onredelijk dat de gemachtigde dit advies volgt. In de bestreden beslissing wordt uitdrukkelijk ingegaan op de pogingen van de Kosovaarse overheid waarvan gelijkheid voor de wet, gelijke toegang tot haar instellingen en de volstrekte afwezigheid van discriminatie de hoekstenen uitmaken en dat de bescherming tegen discriminatie expliciet wordt benoemd als een actieve verantwoordelijkheid van de staat en dat inclusiviteit en niet-discriminatie tot de fundamentele principes van de gezondheidszorg behoren. Door een loutere verwijzing naar het feit dat in de jaarrapporten van Amnesty International van 2010 en 2011 wordt gewezen op de discriminatie in Servië en Kosovo jegens niet-Albanese minderheidsgroepen, o.a. wat betreft toegang tot gezondheidszorg, tonen de verzoekers niet aan dat de motieven steunen op een foutieve feitenvinding of dat ze kennelijk onredelijk zijn. De materiële motiveringsplicht is niet geschonden. Verzoekers tonen niet aan dat er in casu werd uitgegaan van een foutieve feitenvinding zodat schending van de zorgvuldigheidsplicht niet kan worden aangenomen. Om van schending van het redelijkheidsbeginsel te kunnen spreken, moet het lezen van de beslissing ternauwernood kunnen geloven dat ze werkelijk genomen is. Dit is hier niet het geval. De verzoekers kunnen zich beperken tot het verwijzen naar rapporten waaruit blijkt dat er sprake is van discriminatie om aan te tonen dat zij persoonlijk het slachtoffer zullen zijn van discriminatie op het vlak van toegang tot de gezondheidszorg, ondanks de inspanningen van de Kosovaarse overheid. Schending van artikel 3 EVRM kan niet worden aangenomen. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen.