Raad van State - 7.186 - 6-07-2011

Samenvatting

De verwerende partij nam op 26 januari 2011 een beslissing tot vasthouding in een welbepaalde plaats, naar luid waarvan de verzoekster wordt vastgehouden te “FITT-woning Sint-Gillis-Waas, Blokstraat 74, 9170 Sint-Gillis-Waas”. De beslissing werd ter kennis gebracht op 27 januari 2011. Artikel 1, 3° van het Koninklijk Besluit van 14 mei 2009 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de woonunits, als bedoeld in artikel 74/8, § 1 Vw. (Woonunitbesluit) definieert woonunit als plaatsen bedoeld in het artikel 74/8, §§ 1 en 2 Vw., die beheerd worden door DVZ en bestemd zijn voor de huisvesting van families in afwachting van, al naargelang het geval, hun toegang tot het grondgebied, hun machtiging tot het verblijf, hun terugname conform de Dublinverordening, hun terugdrijving, hun vrijwillige terugkeer, hun verwijdering en bepaalt dat de woonunit wordt gelijkgesteld met een welbepaalde plaats gesitueerd aan de grens. Art. 1 van het Ministerieel Besluit van 25 oktober 2010 tot aanduiding van de woonunits, als bedoeld in het artikel 74/8, § 1 Vw. bepaalt dat de woonunits “Blokstraat 64-68-70-72-74, te 9170 Sint-Gillis-Waas”, plaatsen zijn in de zin van art. 74/8, § 1 Vw. De verzoekende partij werd dus vastgehouden in een plaats zoals bepaald in artikel 74/8 Vw. Dat zij de woonunit daags na de bestreden beslissing verlaten heeft en dat zij op 26 januari 2011 een bijlage 26 kreeg, doet geen afbreuk aan het feit dat zij op het moment van de kennisgeving van de bestreden beslissing zich bevond in een welbepaalde plaats zoals bepaald in artikel 74/8 Vw. De aanvankelijk bestreden beslissing werd op dinsdag 1 februari 2011 aan de verzoeker ter kennis gebracht. De laatste nuttige dag om beroep tot nietigverklaring in te dienen was woensdag 16 februari 2011. Het beroep werd pas op donderdag 3 maart 2011 ingediend. De RvV kon dus ambtshalve vaststellen dat de beroepstermijn uit artikel 39/57, tweede lid Vw. overschreden was en dat het beroep onontvankelijk was. Het enige middel is kennelijk ongegrond. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.