Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 78.376 - 29-03-2012

Samenvatting

De langdurige asielprocedure vindt zijn oorzaak in de gepleegde fraude. Bij het uiteindelijk voorleggen van de paspoorten bleek dat deze van de ouders voorzien waren van een Frans visum. Indien de gemachtigde van de minister op het ogenblik van de asielaanvraag op de hoogte was geweest van de werkelijke identiteit van verzoeker en zijn ouders zou hij Frankrijk verzocht hebben tot overname van verzoeker en zijn ouders. Door de bedrieglijke houding van verzoeker en zijn ouders behandelde België de aanvraag. Het achterhouden van de paspoorten met Frans visum was een determinerend element om de asielaanvraag in België te behandelen. De asielprocedure, haar duur en de daaruit voortspruitende integratie zijn door bedrog uitgelokt. Uit de stukken van het administratief dossier kan je echter niet afleiden dat de langdurige asielprocedure aanleiding heeft gegeven tot de regularisatie op 13.02.2006. Uit niets blijkt dat de medische toestand van verzoekers moeder geen aanleiding was voor regularisatie. In sommige beslissingen tot verlenging van de regularisatie wordt zelfs verwezen naar artikel 9ter Vw. en wordt in een interne nota: “Aanvraag art. 9§3 ingediend op 27/04/2004 Voorwerp: aanvraag art. 9§3 medisch + verlenging BIVR om medische redenen”. De regularisatieaanvraag van 22 april 2004 bevatte, naast de lange asielprocedure, dus nog andere argumenten die verzoeker had ingeroepen om de regularisatie van zijn verblijfstoestand te verkrijgen. Zo werd onder meer de medische situatie van verzoekers moeder ingeroepen. Uit geen enkel gegeven blijkt dat enkel de langdurige asielprocedure van doorslaggevende aard was om de regularisatie toe te kennen. Het causaal verband tussen de gepleegde fraude en de beslissing tot regularisatie is niet bewezen.