Samenvatting
De eerste verwerende partij had maatschappelijke dienstverlening aangevraagd bij de verzoeker. Deze weigerde echter de vraag te acteren. Het bestreden arrest stelt dat “zulke weloverwogen weigering tot inoverwegingname van een vraag [om hulp] gelijkgesteld moet worden met een weigering. Deze beslissing opent het recht op beroep” bij de arbeidsgerechten. Door deze overweging beperkt het arrest er zich toe om de procedurestukken van de eerste verwerende partij te interpreteren. Het werpt niet ambtshalve het middel op uit de weigering van de verzoeker om akte op te maken van de vraag om maatschappelijke dienstverlening. Artikel 58, § 1 en 2 OCMW-wet sluit niet uit dat een weigering om een vraag om maatschappelijke dienstverlening in te schrijven gezien wordt als een weigering van de gevraagde hulp. De artikel 17, 18, 580, 8°, d) Gerechtelijk wetboek en artikel 71, eerste en tweede lid OCMW-wet sluiten niet uit dat een weigering van steun kan afgeleid worden uit de omstandigheden andere dan die voorzien in voormeld artikel 71, tweede lid.