Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 88.089 - 25-09-2012

Samenvatting

De verklaringen van de minderjarige verzoeker zijn omstandig en nauwkeurig, gezien zijn jonge leeftijd op het moment van de feiten en op het moment van zijn asielaanvraag. De onwetendheid met betrekking tot het begin van de liefdesrelatie, de professionele activiteiten van de vader van zijn vriendin en de redenen waarom de vader deze relatie niet goedkeurde, zijn niet voldoende om de geloofwaardigheid van deze liefdesrelatie in twijfel te trekken. Rekening houdend met de jonge leeftijd van de verzoeker, die op het moment van de feiten en ook nu nog steeds minderjarig is, zijn de verklaringen samenhangend en omstandig. Als er al bepaalde fouten of onnauwkeurigheden ontwaard zijn door de verwerende partij, volstaan die niet om het gehele relaas, dat talrijke details en verduidelijkingen bevat, als ongeloofwaardig te beschouwen. De verzoekende partij legt ook een begin van bewijs van geleden mishandelingen voor. Deze stukken ondersteunen het relaas dat in zijn geheel genomen niet ongeloofwaardig lijkt. Gezien het begin van bewijs en de ernst van de mishandeling waarvan zij akte maken, komt aan de verzoeker het voordeel van de twijfel toe. Gelet op artikel 57/7bis Vw. toont de verwerende partij niet aan dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. Uit het document neergelegd door de verwerende partij blijkt dat Guinee te maken kreeg met ernstige spanningen en talrijke geweldplegingen en dat de volgende maanden beslissend zullen zijn voor de toekomst van het land. Dit document laat niet toe om te besluiten dat elke persoon die in Guinea leeft vandaag de dag een risico loop op ernstige schade in de zin van artikel 48/4, § 2, b) Vw. Toch blijkt er een instabiliteit uit het document die noodzaakt om een bijzondere voorzichtigheid aan de dag te leggen bij de behandeling van asielaanvragen door Guineeërs die al slachtoffer zijn geweest van foltering of van onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen. Gezien de manifest instabiele situatie kan niet voorgehouden worden dat de verzoekende partij toevlucht zou kunnen zoeken tot effectieve bescherming bij de nationale overheden bij een terugkeer naar zijn herkomstland. Als minderjarige en dus als kwetsbaar persoon is het weinig realistisch om te eisen dat hij zich tot de nationale overheden richt nu het land geconfronteerd werd met interne strubbelingen en spanningen. De verzoekende partij toont aan dat er ernstige redenen zijn om de geloven dat zij bij een terugkeer een reëel risico zou lopen op ernstige schade gelezen in artikel 48/4, § 2, b) Vw.