Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 92.661 - 30-11-2012

Samenvatting

Het EHRM heeft tot op vandaag alleen nog maar een schending van artikel 3 EVRM weerhouden wanneer er sprake was van een kritieke en vergevorderde gezondheidstoestand. Maar het EHRM stelt het voorhanden zijn van een actuele directe levensbedreiging echter niet voorop als een absolute voorwaarde voor een schending van artikel 3 EVRM. Het Hof sluit niet uit dat ernstige aandoeningen een schending kunnen uitmaken van artikel 3 EVRM als er geen behandeling voorhanden is in het land van herkomst waardoor deze aandoeningen alsnog op korte termijn zullen evolueren naar acute levensbedreiging. Met betrekking tot de verwijdering van zieke vreemdelingen stelt het EHRM bij zijn beoordeling inzake artikel 3 van het EVRM geenszins als absolute voorwaarde dat de gezondheidstoestand actueel direct levensbedreigend dient te zijn. Het Hof hanteert het criterium van “zeer uitzonderlijke gevallen wanneer de humanitaire redenen die pleiten tegen de uitwijzing dwingend zijn”. Het moet om een aandoening gaan die voldoende ernst heeft opdat deze aanleiding kan geven tot een schending van artikel 3 van het EVRM. Een banale ziekte is dus uitgesloten. Het Hof weegt het volgende af: de beschikbaarheid van de vereiste zorgen, de medicatie in het herkomstland en, in mindere mate, de toegankelijkheid van de vereiste medische behandeling en zorgen in het land waarnaar de vreemdeling zal worden uitgewezen. Indien hierover gegevens bekend zijn, onderzoekt het Hof ook of er nog familie aanwezig was en of er opvang voorhanden was in het land van herkomst en of er sprake is van een kritieke of vergevorderde gezondheidstoestand. Bij een mogelijke schending van artikel 3 EVRM moet men niet alleen nagaan of de betrokkene fysiek in staat is om te reizen of onderzoeken of de verwijdering een reëel risico inhoudt voor de fysieke integriteit of het leven van de betrokkene. Het EHRM heeft oog voor alle omstandigheden die een aanhangige zaak betreffen. Het gaat dus ook om de algemene omstandigheden in het land van herkomst en de persoonlijke situatie van een vreemdeling in dat land van herkomst. Het is immers mogelijk dat factoren en omstandigheden, die op zichzelf genomen geen aanleiding geven tot een schending van artikel 3 van het EVRM, in hun combinatie wel aanleiding kunnen geven tot een schending van artikel 3 van het EVRM. Het Hof motiveert in haar arresten ook verder over de eventuele beschikbaarheid van een medische behandeling in het land van herkomst en over de eventuele aanwezigheid van een sociale of familiale opvang in het land van herkomst, zelfs als al is vastgesteld dat de betrokken vreemdeling heden niet terminaal is en dat zijn ziekte zich niet in een kritieke fase bevindt. De ambtenaar-geneesheer onderzocht enkel of de aandoeningen direct levensbedreigend waren, in de zin dat er sprake is van een kritieke gezondheidstoestand of een vergevorderd stadium van de ziekte. Hij onderzocht niet verder de mogelijkheden van een behandeling in het land van herkomst. Hij interpreteert de rechtspraak van het EHRM inzake artikel 3 EVRM bij de verwijdering van zieke vreemdelingen dus te beperkend.