Samenvatting
De verzoekster werd teruggedreven naar Nepal. Zij heeft gezien haar terugdrijving geen actueel belang meer bij de vernietiging van de beslissing tot terugdrijving. Zij toont niet aan welk voordeel een vernietiging van de beslissing tot terugdrijving haar zou opleveren. Het nuttig effect is niet aangetoont. De beslissing tot terugdrijving heeft geen voorwerp meer. Verzoekster behoudt wel haar belang wat betreft de gevraagde vernietiging van de nietigverklaring van het Visum D. De oorspronkelijke visumaanvraag is immers terug hangende. Ook kunnen we aannemen dat er een reële kans bestaat dat de aangevochten beslissing en de motivering die eraan ten grondslag ligt, een invloed zal hebben op eventuele latere beslissingen van de verweerder. Wat dit betreft gaat het actuele belang niet verloren door het feit dat verzoekster is teruggewezen. Het toepassingsgebied van de Visumcode betreft de procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor doorreis in de Schengenzone of voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden. Een visum D (gezinshereniging) is niet zulk visum want het is een nationaal visum dat toegang verleent tot de uitreikende staat en toelating geeft om meer dan drie maanden op het grondgebied van die staat te verblijven. Uit de artikelen 1 en 2.2 Visumcode blijkt dat een "doorreisvisum" het volgende is:een door een lidstaat afgegeven machtiging tot doorreis over het grondgebied van de lidstaten of tot doorreis via de internationaletransitzones van luchthavens van de lidstaten. Het visum D had dit echter niet tot doel maar het hield een beslissing in waarbij verzoekster werd toegelaten het Belgische grondgebied binnen te komen met het oog op een verblijf van meer dan drie maanden. Een visum lang verblijf laat toe het Schengengrondgebied binnen te komen via een andere lidstaat en vervolgens door te reizen naar het grondgebied van de Staat die het betreffende visum heeft afgegeven. Dit wil echter nog niet zeggen dergelijk visum een doorreisvisum in de strikte zin is zoals bedoeld in de Visumcode. Zelfs als de Visumcode toch van toepassing zou zijn op een visum D, dan kan zij alleen betrekking hebben op de component die een doorreis verzekerde op het Schengengrondgebied tot het Belgische grondgebied. Zij kan geenszins betrekking hebben op de component waarbij verzoekster werd gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden. De grenscontroleambtenaar of de gemachtigde was van oordeel was dat er gelet op bepaalde verklaringen van verzoekster mogelijks aanwijzingen waren van schijnhuwelijk. Dit volstaat helemaal niet om enige fraude of bedrog in hoofde van verzoekster te weerhouden. Uit de vermelding in de tweede bestreden beslissing dat "er [kan} worden aangenomen dat het huwelijk niet werd afgesloten in het kader van het uitbouwen van een gezinsleven" blijkt ook geen uitdrukkelijke beslissing tot het niet langer erkennen van het huwelijk, die aan de tweede bestreden beslissing ten grondslag zou liggen, laat staan dat in dit verband ook maar enige juridische grondslag wordt gegeven. Zelfs als de tweede bestreden beslissing een beslissing impliceert die het huwelijk niet langer erkent, werd nog geen enkele toepasselijke en correcte juridische grondslag aangegeven in toepassing waarvan het visum type D is nietig verklaard. De toekenning van een visum type D impliceert dat verweerder het huwelijk erkende en geen redenen had die zich verzetten tegen de erkenning van het huwelijk. Het visum impliceert dat verzoekster voldeed aan de verblijfsvoorwaarden van artikel 10bis, § 2 Vw. om te worden gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden in functie van haar echtgenoot. Een latere afgifte van een verblijfskaart in België later is een loutere formaliteit. Artikel 13, §§ 3 en 4 werd hier niet toegepast. Op grond van de motivering van de tweede bestreden beslissing blijkt niet dat er sinds de toekenning van het visum nieuwe elementen zijn opgedoken die niet gekend waren ten tijde van de toekenning van het visum of hadden kunnen gekend zijn als verweerder op dat ogenblik het noodzakelijk had geacht een verder onderzoek te voeren. Verweerder verklaarde het visum D nietig één maand nadat hij op grond van een onderzoek van de visumaanvraag besliste dat alle voorwaarden voor de afgifte van het visum type D waren vervuld. Hij deed dit zonder dat blijkt dat de situatie van verzoekster en haar echtgenoot sindsdien is gewijzigd of zonder dat hij kennis kreeg van gegevens waarvan hij niet eerder kennis kon hebben. De nietigverklaring van het visum is kennelijk onredelijk. Een nietigverklaring op basis van artikel 34 Visumcode kan niet en verweerder geeft ook geen andere grondslag in de beslissing. De nietigverklaring is dus niet afdoende in rechte gemotiveerd.