Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 101.646 - 25-04-2013

Samenvatting

Artikel 167 BW luidt als volgt: “De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert het huwelijk te voltrekken wanneer blijkt dat niet is voldaan aan de hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan, of indien hij van oordeel is dat de voltrekking in strijd is met de beginselen van de openbare orde. (…)Tegen de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand om het huwelijk te voltrekken, kan door belanghebbende partijen binnen de maand (na de kennisgeving van zijn beslissing) beroep worden aangetekend bij de rechtbank van eerste aanleg.” Artikel 40bis, § 2, eerste lid, 2° f) juncto artikel 40ter Vw. vereist dat de op grond van artikel 167 BW genomen beslissing “kracht van gewijsde heeft gekregen”. Enkel uitspraken van rechtbanken kunnen kracht van gewijsde verwerven (artikel 28 Ger.W.). Hier was het echter redelijkerwijs de bedoeling van de wetgever om een beslissing te viseren van een ambtenaar van de burgerlijke stand tot weigering van de huwelijksvoltrekking (wegens een schijnhuwelijk) die definitief is geworden. Dit wil zeggen niet dat ze niet meer vatbaar is voor hoger beroep. Dit omvat de hypothese van een uitgeput beroep bij de rechtbank van eerste aanleg en ook bij het hof van beroep. Verzoeker levert een begin van bewijs dat hij bij het hof van beroep te Gent een beroep heeft ingediend tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg. Uit de brief van de griffie van het hof van beroep van Gent blijkt dat het “geschil: weigering huwelijk” wordt vastgesteld op de zitting van de 11e kamer van het hof van beroep op 20 februari 2014. Het administratief dossier bevat ook een brief van 17 september 2012 van een ander advocatenkantoor. Daarbij werd de verwerende partij er op gewezen dat het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg geen kracht van gewijsde heeft verworven. Hiertegen werd immers een beroep ingediend bij de hof van beroep te Gent. Het administratief dossier bevat een “synthesenota/verblijf” van de verwerende partij, opgesteld op 2 april 2012 waarin gesteld wordt: “Blankenberge en Brugge gecontacteerd om te vragen of er beroep aangetekend was tegen het vonnis van Rechtbank in eerste aanleg. Dit zou niet het geval zijn, bijlage 20 gemaakt op basis van weigering huwelijk 167 BW”. Daarmee onderstreept de verwerende partij het belang van een eventueel hangend beroep voor het hof van beroep. Artikel 40bis §2, 2° juncto artikel 40ter Vw. juncto de zorgvuldigheidsplicht werden geschonden.